Top Banner
Inhoud De Soefi-gedachte is een gezamenlijke uitgave van Soefi Beweging Nederland en Vereniging Soefi-Contact en heeft tot doel het verspreiden van het gedachtengoed van Hazrat Inayat Khan. D E S OEFI- gedachte juni 2010 3 Ten geleide 5 De religie van het hart Hazrat Inayat Khan 6 Het gebruik van wazifa’s Ameen Carp 7 Over Wazifa’s Truus Wapenaar 10 Soefisme en de ‘Moderne Devotie’ Krishna J.B. de Caluwé 12 Wonder Gawery Voûte 14 Interview met Theo Wismans Zubin van den Besselaar 18 Het enneagram als weg om jezelf beter te leren kennen Reina de Wit en Shamsher Jacques van Hees 22 Soefisme als religieuze gedachte Ameen Carp 24 Liefdadigheid Wali van der Putt 28 Interview met Erika Mösenbacher Amir Smits en Zubin van den Besselaar 30 Hulp bij stervenswens At de Roos 31 Hazrat Inayat Khan over zelfdoding Ameen Carp 32 Een psalm van Davied 33 In Memoriam Shakti Thissen Wali van Lohuizen 34 Gebeurtenissen 38 Muziek in het leven Hazrat Inayat Khan 38 Over boeken en beelden 41 Informatie over de Soefi Beweging 44 Informatie over Soefi Contact 1
44

Soefi-gedachte 10. juni 2010

Mar 28, 2016

Download

Documents

3 Ten geleide 5 De religie van het hart Hazrat Inayat Khan 6 Het gebruik van wazifa’s Ameen Carp 7 Over Wazifa’s Truus Wapenaar 10 Soefisme en de ‘Moderne Devotie’ Krishna J.B. de Caluwé 12 Wonder Gawery Voûte 14 Interview met Theo Wismans Zubin van den Besselaar 18 Het enneagram als weg om jezelf beter te leren kennen 22 Soefisme als religieuze gedachte Ameen Carp 24 Liefdadigheid Wali van der Putt 28 Interview met Erika Mösenbacher juni 2010 Amir Smits en Zubin van den Besselaar 1
Welcome message from author
This document is posted to help you gain knowledge. Please leave a comment to let me know what you think about it! Share it to your friends and learn new things together.
Transcript
  • Inhoud

    De Soefi-gedachte is een gezamenlijke uitgave van Soefi Beweging Nederland en Vereniging Soefi-Contact en heeft tot doel het verspreiden van het gedachtengoed van Hazrat Inayat Khan.

    DE SOEFI-gedachte

    juni 2010

    3 Ten geleide 5 De religie van het hart Hazrat Inayat Khan 6 Het gebruik van wazifas Ameen Carp 7 Over Wazifas Truus Wapenaar 10 Soefisme en de Moderne Devotie Krishna J.B. de Caluw 12 Wonder Gawery Vote 14 Interview met Theo Wismans Zubin van den Besselaar 18 Het enneagram als weg om jezelf beter te leren kennen Reina de Wit en Shamsher Jacques van Hees

    22 Soefisme als religieuze gedachte Ameen Carp 24 Liefdadigheid Wali van der Putt 28 Interview met Erika Msenbacher Amir Smits en Zubin van den Besselaar 30 Hulp bij stervenswens At de Roos 31 Hazrat Inayat Khan over zelfdoding Ameen Carp 32 Een psalm van Davied 33 In Memoriam Shakti Thissen Wali van Lohuizen 34 Gebeurtenissen 38 Muziek in het leven Hazrat Inayat Khan 38 Over boeken en beelden 41 Informatie over de Soefi Beweging 44 Informatie over Soefi Contact

    1

  • COLOFONde Soefi-gedachte 64e jaargang nummer 2juni 2010

    Verschijnt 4 x per jaar(maart, juni, september en december)

    Adresveranderingen sturen aan de uitgever, Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag met uitzondering van leden Soefi-Contact, die mutaties sturen naar secretariaat S-C.

    Soefi Beweging Nederland. Overname van agendapunten vrij.De inhoud van de artikelen is voor verantwoording van de auteurs en afgezien van plaatsing in dit tijdschrift en op daaraan gerelateerde websites, berust het copyright bij de auteurs.

    Uitgever/Administratie:Stichting Soefi Beweging NederlandAnna Paulownastraat 78,2518 BJ Den Haagtel: 070 346 15 94 fax: 070 361 48 64sufiap@hetnet.nl www.soefi.nlwww.soefi-contact.nlAbonnementen:jaarabonnement, incl. porto: 16,00 abonnement buitenland: 20,- per jaarlos nummer: 5,00. Aanmelding door betaling via postgiro 777555 tnv Stichting Soefi Beweging Neder land te Den Haag ovv penningmeester CM. van Beek. Drukker:NKB, Bleiswijk

    .

    Redactie: dhr. L.W. Carp (Ameen), voorzittermw. J.I.E. Bakker (Jaya)mw. M.A.J. van den Besselaar (Zubin)dhr. J.J. Dekker (Jaap), eindredacteurdhr. E.H.K.Logtmeijer (Karim)dhr. T. Maas (Kariem), hoofdredacteurdhr. J.P.H.Smits (Amir), secretaris Redactie-adres:dhr. J.P.H.Smits (Amir), Warmondstraat 177 hs, 1058 KX Amsterdamredactiesg@gmail.comRedactiemedewerker:dhr. N. Welten (Noud), opmaak

    Illustraties:De redactie stelt alles in het werk om reproductierechten te regelen. Voor-zover dit niet correct is gebeurd, kunnen rechthebbenden contact opnemen met de uitgever.

    Aanwijzingen voor auteurs:Bijdragen zijn welkom, mits niet langer dan ca. 2000 woorden en aangeleverd in Microsoft Word met eventuele voetno-ten als eindnoten. De redactie behoudt zich het recht voor artikelen niet op te nemen of in te korten, en op de eigen websites te plaatsen. Kopij sturen naar het redactie-adres. Uiterste inleverdata voor het volgende nummer: 2 maanden tevoren (1 januari, 1 april, 1 juli, 1 okto-ber) of in over leg met de redactie.

    2

  • Ten Geleide vrijheid en verantwoordelijkheid

    Hopelijk gaan velen van u volgende maand naar de Zomerschool in Katwijk, of naar de Open Dagen voor belangstellenden. Deze Soefi-gedachte bevat een grote vari-eteit aan artikelen die kunnen bijdragen aan inspiratie voor die dagen, die in het teken staan van geestelijke vrijheid.Op het pad van innerlijke realisatie kan spirituele vrijheid begrepen worden als een bewust worden van een bron van geluk in verantwoordelijkheid ten opzichte van jezelf en anderen, zo luidt de uitspraak van Hazrat Inayat Khan bij het pro-gramma voor die dagen. (Zie www.soefi.nl)Opvallend is dat hij in n adem jezelf en anderen noemt als het erom gaat voor wie of wat je verantwoordelijkheid moet nemen. Geestelijke vrijheid is direct ver-bonden met wat in de Soefi Beweging broeder- en zusterschap wordt genoemd het besef dat we met elkaar verbonden zijn.

    In deze Soefi-gedachte treft u variaties aan op dat besef. Krishna de Caluw bijvoor-beeld laat zien hoe ook in de Moderne Devotie de roep tot persoonlijke verdieping gepaard ging aan een oproep tot broeder- en zusterschap. En juist dat is hoogno-dig in een tijd van veel uiterlijk geweld en verwarring. De weg naar binnen is de enige mogelijkheid om daarin zelf overeind te blijven en de mensheid en de wereld overeind te houden en de juiste balans te vinden.Het kan ook veel prozascher. Zoals leerling Rianne (14 jaar) leerde bij lessen in Ge-lukskunde: De eerste les moesten we als huiswerk thuis een vervelend klusje doen. Ik heb toen de bedden afgehaald, zonder dat mijn moeder het wist. De bedoeling was te ontdekken dat je je na iets vervelends toch opgelucht en tevreden kunt voe-len. En dat was ook zo. Zie het interview met leraar Gelukskunde Theo Wismans.Een klassieker die in dit kader niet mag ontbreken is allicht liefdadigheid. Wali van der Putt vraagt zich af: Hebben wij als soefis een (religieuze) plicht tot het geven van bijdragen vergelijkbaar met die van moslims die vanuit de Islam immers de Zakah (Zakaat) kennen?Moslims worden geacht 2,5% van hun inkomen aan goede doelen te geven. Welke goede doelen? Van der Putt brengt naar voren dat je het beste dicht bij huis kan beginnen. Soefis zouden steun kunnen geven aan het geestelijk huis van de Bood-schap.Wali: Ik herinner me dat ik jaren geleden ooit aan Gawery Vote vroeg: Hoe kan ik mezelf het beste dienstbaar maken voor de Soefi Boodschap? Het antwoord was even kort als krachtig: Steun het Centrum. Dat komt prettig dicht bij klusjes zoals bedden afhalen. Geestelijke vrijheid met beide voeten op de grond. Zo aards is het geestelijke.

    Kariem Maas

    3

  • Hazrat Inayat Khan

  • De religie van het hart1

    Als iemand u vraagt: Wat is het soefisme? Wat voor godsdienst is het?, dan kunt u antwoorden: Soefisme is de religie van het hart, de religie waarin n ding het belangrijkste is en dat is God te zoeken in het hart van de mensen. Er zijn drie manieren om God te zoeken in het menselijk hart. De eerste manier is om het goddelijke te herkennen in ieder mens en om zorgzaam te zijn in onze gedachten, woorden en daden met ieder mens waarmee we in aanraking komen. De menselijke persoonlijkheid is heel kwetsbaar. Hoe meer het hart leeft, des te fijngevoeliger is het. Maar dat wat de fijngevoeligheid veroorzaakt is het element van liefde in het hart, en liefde is God. De mens wiens hart niet fijngevoelig is kent geen gevoel, zijn hart leeft niet het is dood. In dat geval is de goddelijke geest begraven in zijn hart. Een mens die zich altijd bezighoudt met zijn eigen gevoelens, is zo verdiept in zich-zelf dat hij geen tijd heeft om aan een ander te denken. Al zijn aandacht wordt in beslag genomen door zijn eigen gevoelens. Hij heeft medelijden met zichzelf: hij is bezorgd over zijn eigen pijn en staat nooit open voor sympathie met anderen. Hij die aandacht besteedt aan de gevoelens van een ander met wie hij in aanraking komt, brengt de eerste wezenlijke leefregel van het soefisme in de praktijk.

    De volgende manier om deze religie in praktijk te brengen is om te denken aan de gevoelens van iemand die op dat ogenblik niet bij ons is. Men heeft medelijden met iemand die aanwezig is, maar dikwijls vergeet men medelijden te hebben met iemand die ver weg is. Men spreekt lovend over iemand in zijn gezicht, maar als men lovend spreekt over iemand die afwezig is, is dat mooier. Men leeft mee met de moeilijkheden van iemand die op dat ogenblik aanwezig is, maar het is mooier om mee te leven met iemand die ver weg is.

    En de derde manier om dit soefi-beginsel te verwezenlijken is om in zijn eigen ge-voel het gevoel van God te herkennen. Om iedere opwelling van liefde die opkomt in het hart te beschouwen als een aanwijzing van God, te beseffen dat liefde een god-delijke vonk in het hart is. Die vonk aan te blazen tot daaruit een vlam kan ontstaan om het pad van het leven te verlichten.

    Het zinnebeeld van de Soefi Beweging, een hart met vleugels, is symbolisch voor dit ideaal. Het hart is zowel aards als hemels. Het hart is de ontvanger op aarde van de goddelijke geest en wanneer het vervuld is van de goddelijke geest, dan stijgt

    5

  • 6het op naar de hemel; de vleugels beelden deze vlucht omhoog uit. De maansikkel in het hart symboliseen ontvankelijkheid. Het is het hart dat ontvankelijk voor de geest van God opwaarts stijgt. De maansikkel is een symbool van ontvankelijkheid omdat hij voller wordt door bij het wassen meer en meer te reageren op de zon. Het licht dat men ziet in de maansikkel, het is het licht van de zon. Naarmate de maan meer licht krijgt door het toenemende vermogen tot opnemen, wordt die voller door het licht van de zon. De ster in het hart van de maansikkel stelt de goddelijke vonk voor die als liefde wordt weerspiegeld in het menselijk hart en die de maansik-kel helpt tot volheid te komen.De Soefi Boodschap is de boodschap van deze tijd. Zij brengt geen theorien en leerstellingen naast de al bestaande, die het menselijk denkvermogen in verwarring brengen. Wat de wereld vandaag nodig heeft is de boodschap van liefde, harmonie en schoonheid, omdat het ontbreken daarvan de enige tragedie in het leven is. De Soefi Boodschap geeft geen nieuwe wet. Zij wekt bij de mensheid de geest van broederschap, met verdraagzaamheid van een ieder voor de religie van de ander, met vergiffenis van een ieder voor de fouten van de ander. Zij onderwijst bedacht-zaamheid en inschikkelijkheid, om daardoor harmonie in het leven te scheppen en te bewaren. Zij leert te dienen en zich nuttig te maken, want dat alleen kan het leven in de wereld vruchtbaar maken en daarin ligt de bevrediging van elke ziel.

    1 Uit Inayat Khan: de eenheid van religieuze idealen; uitgever Panta Rhei; ISBN 90.73207.48.7; p. 14

    Het gebruik van wazifasAmeen Carp

    In de Innerlijke School van de Soefi Beweging worden de wazifawoorden veel ge-bruikt als middel voor geestelijke ontwikkeling. Het gebruik van deze woorden is gebaseerd op de gedachte dat het Goddelijk Wezen gekend kan worden door zijn eigenschappen (de schepper, de machtige, de barmhartige, de vergever, etc). Door de herhaling van deze woorden bevestigt en versterkt men deze zelfde eigenschap in zichzelf. Deze mystieke trainingsmethode kent men ook in het hindoesme (waar men spreekt over mantram of mantra), in het boeddhisme, in de islam en vermoe-delijk ook in andere religieuze esoterische tradities.

    In de islam spreekt men over de 99 schone namen van Allah (de wasaif) en het zijn deze arabische woorden die Hazrat Inayat Khan ook gebruikte bij de esoterische training van zijn leerlingen (murieds). De wazifias kan men onderverdelen in drie categorien, te weten:1. De wazifas die helpen in omstandigheden van nood; bijvoorbeeld geldnood, cri-sissituatie, ziekte, wanhoop.2. De wazifas die helpen om karaktereigenschappen te versterken; bijvoorbeeld geduld, doorzettingsvermogen, stabiliteit, zelfbeheersing.

  • 73. De wazifas die helpen om het eigen spirituele verlangen naar vereniging met het Goddelijk Ideaal te versterken; bijvoorbeeld liefde voor schoonheid, gevoeligheid, aandacht, onverschilligheid.

    De ernstige zoeker zal nooit deze wazifas in een boek opzoeken en dan herhalen, maar zal zijn geestelijk leraar vragen hem hierbij te helpen. Ze zijn machtige mid-delen tot geestelijke groei en moeten onder leiding worden beoefend met oprechte toewijding. Het zijn geen magische trucs om iets te verkrijgen.Er is de laatste jaren de gewoonte ontstaan om wazifas collectief met een speciale melodie te zingen. Dit helpt de stemtraining en men kiest wazifas met een alge-mene betekenis. Ongewijfeld gaat hier een bepaalde verheffende werking van uit. Dit is echter niet hetzelfde als het gebruik van wazifas voor innerlijke ontwikkeling als boven beschreven.

    Over Wazifasen een vraag waarop een antwoord kwam

    Truus Wapenaar

    Het begon met een repetitie van ons zangkoor. Dit seizoen besteden we in het Haags soeficentrum veel aandacht aan de islam, zoals in voorafgaande jaren de an-dere wereldgodsdiensten op het programma stonden. Het koor pleegt in zon jaar liederen te oefenen die bij die religie horen, en te zingen in een dienst die daarvoor geschikt is. Logisch was dat we dit jaar ons dus zouden storten op islam-liederen. Helaas, die bleken er niet te zijn. Er wordt gereciteerd binnen de islam, maar niet van bladmuziek gezongen. Als er ergens gezongen of gedanst wordt, dan is dat bij soefis. Soefiliederen hadden we genoeg, maar pure islam...We besloten om wazifas te zingen, die hadden in ieder geval een Arabische tekst. Op een van de repetitieavonden kreeg het koor dus een blaadje uitgedeeld met wazifamuziek en tekst, bekende tekst voor de meesten onder ons. Tweestemmig en vol goede moed begonnen we de wazifa in te studeren. Dat was op zich niet zo moeilijk, behalve dan dat het op de een of andere manier voor geen meter klonk ik kan het niet anders uitdrukken. Koor en dirigente keken elkaar wat verbijsterd aan en, zeldzaam eenstemmig, besloten we om geen wazifas te zingen. Daar was ik het helemaal mee eens. Dan maar geen Arabisch. Bovendien waren er buiten het koor stemmen opgegaan die zich afvroegen of je wel of niet wazifas in een dienst kon zingen. Ze behoren tot de innerlijke school, terwijl in de (openbare) dienst ook niet-soefis komen. Daarmee waren de wazifas van de baan.

    Maar mij bleef bevreemden dat ik in de zomerschool wel mooi wazifas kon zingen en dat het nu niet ging. En ook, dat het wel mooi kon zijn om met het koor soortge-lijke liederen uit de andere religies te zingen, korte liederen die net zoals de wazifas

  • 8weinig meer waren dan een te herhalen zinnetje met een hoedanigheid of lofprij-zing van God, maar dat dat met wazifas niet gelukt was. Ik dacht aan het twee-regelige Joodse Shema Israel, aan het christelijke (in Taiz veel gezongen) Nada te turbe, het Zoroastrische Ahura Mazda, en aan het uit slechts het ene woord Aoum bestaande lied uit de Hindoetraditie allemaal van ganser harte en met overgave gezongen. Korte frasen die net als wazifas eindeloos herhaald kunnen worden. En niet te vergeten de prachtige liederen die Ratan ons heeft nagelaten, die ze con-templative songs noemt. Het liet me niet los waar het verschil nu in school, dat we die wel mooi konden zingen en wazifas niet. Ik ging op onderzoek uit en in de weken daarna legde ik een aantal min of meer ter zake kundigen mijn vraag voor. En daar kwamen heel verschillende antwoorden op.

    Het gebruik van wazifasDe wazifas zoals we die binnen de Soefi Beweging zingen hebben als tekst een van de 99 namen van Allah, zoals die in de koran geschreven staan. De melodie plus muziek zijn gecomponeerd door Murshid Hidayat Inayat-Khan. Deze muziek is gen-spireerd door Indiase muziek, zei de een, en dat is een heel andere toonladder dan we gewend zijn. Je kunt er niet vanzelfsprekend een westerse tweede stem bij zingen. Het past minder bij ons muzikale basisgevoel dat is nu eenmaal afhankelijk van de cultuur waar je uit komt (al valt er veel bij te leren).Een ander zei weer: Je moet heel goed en lang oefenen. Je best erop doen. Het gaat niet zomaar. Nog weer iemand anders zei: Degene die de leiding heeft bij het zingen van wazifas moet in de materie doorkneed zijn. En het koor eigenlijk ook. Maar ook zei iemand: Iedereen kan ze zingen. Het hoeven niet perse soefis te zijn.Ook kwam aan de orde of er verschil is tussen muziek die je zingt en muziek waar je naar luistert. Antwoord: Nee, muziek is muziek, het is iets op zichzelf. En ant-woord twee: Ja, wazifas zijn eigenlijk om zelf te zingen, niet om als koor voor te dragen en naar te luisteren.

    Wazifas zingen we niet alleen, we reciteren ze ook. Een door jouw inwijder te geven wazifa kun je gebruiken als hulp bij bepaalde problemen, door deze te reciteren. In de lijst van soefibegrippen op de website van het Haagse soeficentrum staat dat zuiverheid van doelstelling en regelmaat in ritme de belangrijke aspecten zijn waarmee men dan rekening dient te houden. Buitenstaanders en beginners heb-ben soms de neiging dit als een magische werking van de wazifa te beschouwen. Maar magie is een beladen begrip. Daar wordt binnen de Soefi Beweging uiterst voorzichtig mee omgegaan. Net zoals trouwens binnen de cultuur rondom ons, waar magie beschouwd wordt als een vorm van (zelf)oplichterij. (Binnen de kunst mag het allemaal weer wel, magie en betovering hoe meer hoe liever...)Een verklaring van de werking van wazifas zou kunnen zijn dat ze, zowel gezongen als gereciteerd, door de herhaling en het ritme een meditatief effect hebben. De wereld van het oosten komt hier om de hoek kijken, de bewustzijnstoestand die daarbij hoort maakt ons gevoeliger voor invloeden van binnen en van buiten. Verder hebben bij dergelijk gebruik wazifas een soort ritueel om zich.

  • 9Ook binnen de islam staan wazifas bekend als hulp bij problemen. Op internet, waar wazifas gedefinieerd worden als Arabische gebedsformules, meestal afkomstig uit de koran, vond ik een wazifa die speciaal bestemd was voor finding ones spouse en eentje die was voor finding ones pir/shaikh, om maar even een idee te geven.

    BoosdoenersAllemaal heel interessant, maar ik schoot niet op met waarom we als koor die wa-zifas niet goed konden zingen. Ik merkte dat ik in de verwarring waarin ik verzeild raakte de neiging had om een boosdoener te zoeken. Vaak een handige oplossing voor problemen. Ik dacht bijvoorbeeld dat koor-plus-dirigent er om duistere reden niet voor n bleken te zijn. En die Indiase oorsprong, zou het niet daardoor komen? Geen verleidelijke westerse harmonien die het hart meteen bereiken, ongeacht de tekst. Of waren het de stemmen die rondom ons waren opgegaan, die liever geen wazifas in de dienst wilden?Ik merkte dat ik daardoor een verkeerde weg insloeg. Een mistige, negatieve stem-ming doemde in mij op. Stiekem deed ik een schietgebedje geen wazifa dat ik wel graag, Lieve Heer, uit dit probleem wilde raken. En dat gebeurde ook, op een onverwachte manier.Er was een dienst geweest, op zondag, en tijdens de koffie had ik weer even ge-mopperd op mijn wazifaprobleem. Mijn gemopper werd beindigd doordat we mantras gingen zingen. Die gelegenheid is er in het Haags centrum regelmatig na een dienst. In de voorkamer zat iemand met een gitaar en die zei: Vanwege het islamitische jaar gaan we vandaag een wazifa doen. Het was alsof Wazifa zelf aan mij verscheen ter nadere uitleg! Ik hoorde nog iemand iets zeggen als een wazifa is een naam van God, en ook een eigenschap, en ook een toestand en toen begonnen we. We waren met een ongeschoold stelletje hele en halve soefis, we oefenden niet van tevoren, we zongen maar wat en ook nog geeneens meerstemmig.En ach, Wazifa, wat was je mooi, je ontroerde me tot diep in mijn hart, aangeraakt voelde ik me, eindelijk had ik het gevoel dat ik er wat van begrepen had ..

    Wazifas..een mysterie.

  • Soefisme en de Moderne Devotie Een zonderlinge combinatie ?

    Krishna J.B. de Caluw

    Uit de geschiedenisles op school is vermoedelijk bij menigeen de term Moderne Devotie blijven hangen, maar waarschijnlijk ook niet meer dan dat. Terwijl ik be-zig was met literatuur over de middeleeuwen, werd ik opeens getroffen door een zekere gelijkenis tussen de Moderne Devotie van toen (middeleeuwen) en de Soefi Beweging in onze tijd. Of verkijk ik me daarop?

    Wat was de Moderne Devotie ook alweer?Daarvoor moeten we teruggaan naar de tijd rond 1400 n.Chr. Toen dus de middel-eeuwen al op hun einde liepen. Een verwarrende en zelfs chaotische tijd, onvergetelijk geschilderd in J. Huizinga, Herfsttij der Middeleeuwen, dat begint met de toepasselijke hoofdstuktitel: s Levens felheid.De moderne devoten streefden toen naar innerlijkheid en zuiverheid: naar een praktische, persoonlijke vroomheid, die evenals de verwante stromingen van re-naissance en humanisme individualistisch was, maar toch ook anderen zocht te stichten. Laten wij als de huidige moderne mensen er niet op neerkijken als op iets zoetsappigs en belegens, maar met respect, en misschien met herkenning!

    In die jaren, kort voor 1400, hadden voornamelijk twee mannen grote invloed op het geestelijk leven in Nederland: de mysticus Jan van Ruusbroec, in het klooster Groenendaal bij Brussel en Geert Grote (1340-1384). Deze laatste werd de grond-legger van de Moderne Devotie in de hele Noordelijke Nederlanden, in het bijzonder in het gebied van de Hanzesteden in het Oostelijk deel van het land en de aangren-zende Duitstalige gebieden.Geert Grote was een welgestelde en geleerde patricirzoon. Na een ernstige ziekte voltrok zich in hem een grote ommekeer, waardoor hij zijn leefwijze totaal richtte op het innerlijk leven. Hij stelde een deel van zijn grote huis aan de Begijnenstraat in Deventer ter beschikking aan enkele ongehuwde vrouwen die vroom wilden leven. Later werd dit het Meester-Geertshuis genoemd. Hij zelf bezocht Kampen, Zwolle, Amersfoort, Amsterdam, Utrecht, Delft, Gouda, Haarlem en Leiden. In zijn felle preken richtte hij zich tegen alle vormen van kerkelijk en zedelijk verval, o.a. over-treding van het celibaat, privbezit door kloosterlingen en de jacht op prebenden (rente uit kerkelijke goederen).

    Broeders en zusters van het gemene (= gemeenschappelijke) levenDoor Geert Grote, en later Floris Radewijns (naar hem werd het Meester-Florishuis in Deventer genoemd) kwamen er broeder- en zusterschappen in diverse steden. In 1387 het huis in Windesheim (bij Zwolle), dat erg bekend zou worden. Het werden er in korte tijd meer dan 80, die de idealen van de Moderne Devotie, zoals men de beweging algemeen ging noemen, over Noordwest-Europa verbreidden. Geert Grote had eigen, duidelijke statuten ontworpen voor het Meester-Geertshuis, waar de eerste vrouwengroep ontstaan was: geen intrede-som (anders dan in de

    10

  • 11

    meeste kloosters) en uitsluitend op persoonlijke kwaliteiten en religieuze inzet be-oordeeld. De vrouwen leefden van het werk van hun handen. Het betekende sober en eenvoudig leven en werken, God eren in voortdurend gebed en dienstbaar zijn, zowel aan de zusters van het huis als aan de stadgenoten. Na de dood van Geert Grote zorgde de priester Johannes Brinckerinck (1359-1419) voor de opbloei van de zusterhuizen. Alleen al in Deventer waren dat er vijf. Maar ook in de Hanzesteden langs de IJssel: Zwolle, Zutphen en Kampen, waren er talrijke. Op den duur maak-ten driemaal zoveel vrouwen als mannen deel uit van de Moderne Devotie.

    Boek en tekst bij de Moderne DevotieIn de Moderne Devotie werd veel geschreven. De toenmaals moderne devoten schreven waar ze mediteerden, op hun kamer of in hun kloostercel: teksten voor de verplichte dagelijkse meditatie, voor het bestuderen en overwegen van geestelijke teksten. Ze gebruikten hiervoor graag de term herkauwen: de tekst werd net zo lang geproefd tot ze haar volledige smaak prijs gaf.Het beroemdste boek dat de Moderne Devotie heeft voortgebracht is De Imitatione Christi (Over de Navolging van Christus) van kanunnik Thomas van Kempen (Tho-mas Kempis) uit Windesheim (1380-1471). Het bestaat uit spreuken, citaten en uitspraken gegroepeerd rond enkele hoofdthemas.Ofschoon stilzwijgen zeer hoog aangeschreven stond in de broederschappen en zus-terschappen, waren er ook veel liedbundels. Deze dienden voornamelijk als medita-tiestof, de liederen werden als het ware inwendig gezongen. Dankzij de melodien zijn de liedteksten immers gemakkelijk te onthouden. Dus konden zij herkauwend de volle geestelijke smaak daaruit puren, tijdens de dagelijkse spin- en weefarbeid, of werkend in de keuken of op het land. Dat ging met inwendig reciteren of zachtjes voor zich heen zingen.

    Soefisme en Moderne Devotie: nog steeds een zonderlinge combinatie?Bij dit voorgaande zullen vele lezers mogelijk al gedacht hebben aan onze soefi-praktijk van de fikar (de inwendige oefening van wazifas reciteren). Ook zal me-nige soefi stilletjes voor zich uit bijvoorbeeld de prachtige liederen van Ratan Wit-teveen (op gebedsregels) zingen, of zachtjes meezingen met de cd die aanstaat in de auto. En doet de verzamelbundel van Hazrat Inayat Khan Gayan, Vadan, Nirtan niet denken aan het Getijdenboek van Geert Grote en aan De Navolging van Christus van Thomas van Kempen? Ja, ook meditatieboeken met lezingen, als de Gathas en Gitas, lijken niet ver af te staan van de tekstenverzamelingen waaruit in de Moderne Devotie werd voorgelezen.Er zijn natuurlijk ook duidelijke verschillen. Het is niet nodig daar uitvoerig op in te gaan, om dit in te zien. De Moderne Devotie kende niet de Oosterse invloed, die Hazrat Inayat Khan heeft meegebracht en die een ontzaglijke verruiming betekent. De Moderne Devotie had ook geen oog voor andere religies dan de Christelijke. Maar de wereld waarin men hier toen leefde was ook anders, en kleiner. Wat in de overeenkomsten belangrijk zou kunnen zijn, is de mystieke trek in beide: bij de Moderne Devotie het verlangen om dicht bij God te zijn, bij de Soefi Beweging om God in zichzelf te vinden. Bij beide wordt een sterke roep gehoord en gevoeld tot persoonlijke verdieping, maar ook tot broeder- en zusterschap. En juist dat is

  • 12

    hoognodig in een tijd van veel uiterlijk geweld en verwarring. Dat hebben de beide bewegingen stellig gemeen: de turbulente overgang van de middeleeuwen naar de renaissance (toen de nieuwe tijd genoemd), en voor ons: de huidige gewelddadige wereldwijde verwarring waarin wij een nieuwe tijd tegemoet gaan. De weg naar binnen is de enige mogelijkheid om daarin zelf overeind te blijven en de mensheid en de wereld overeind te houden en de juiste balans te vinden. Dat lijkt de bood-schap voor alle tijden, die ook door de middeleeuwers, onze voorouders, in hun context van toen werd verstaan. Wij hebben in hen lotgenoten leren kennen op deze reis naar de eeuwigheid van vele volkeren en generaties. Het is een goed en bemoedigend gevoel dat wij, evenals zij, tot deze karavaan mogen behoren en daar-voor, evenals de middeleeuwse moderne devoten een opdracht mogen vervullen.

    Bron: Dini Hogenelst & Frits van Oostrom: Handgeschreven Wereld, Nederlandse literatuur en cultuur in de middeleeuwen. Prometheus 1995.Van Geert Grote is onlangs verschenen: Getijden van de Eeuwige Wijsheid. Van Gennep/Dag-blad Trouw 2008.

    De vogels zijn er al - die eerstelingen

    Hoog in de bomen groeten zij het morgenrood

    Sta op o ziel, uit starre winterdood

    Uw prille vreugde Hem ter eer te zingen

    Gawery Vote, februari 1982

    Wonder Gawery Vote

    Wonder, verwonderen, bewonderen Een wonder is iets mysterieus, iets onver-klaarbaars. We leven in een nuchtere tijd, in een zakelijke tijd en er is geen tijd meer voor bewonderen of verwonderen. Tijd is geld en geld is alles. Ondanks de zegenin-gen van de techniek is er toch weinig vreugde te vinden. We leven te snel, iedereen heeft haast om mee te komen, het leven snelt aan ons voorbij. Maar we kunnen ons afvragen wat er beklijft, waar blijft de bezinning. De realiteit heeft ons in zijn greep en vliegt als televisiebeelden aan ons voorbij, naar buiten gericht. Maar waar blijft

  • 13

    de tijd om al die beelden goed in ons op te nemen, laat staan ze te overdenken? Door al deze haast is het alsof wij vervluchtigen, meegenomen in de maalstroom. Het gaat er met ons vandoor en dit neemt toe naarmate wij eraan toegeven, zoals iedere beweging de neiging heeft zich te versnellen. En als dat blijft doorgaan, volgt er vernietiging. De techniek heeft ons dat snelheidsproces gebracht en velen lijden eronder en weten niet hoe eraan te ontkomen, ze worden meegenomen. Denken we aan de ronddraaiende beweging van een wiel: er is een maximum aan de snelheid, anders wordt het vernietigend. De Hindoes spreken in dit verband over Satva, Rajas en Tamas: het trage ritme, het voortgaande ritme en het vernie-tigende ritme. Toch is er in het centrum van ieder wiel stilte, het punt van waaruit alle kracht gaat, de krachtbron. Wanneer het leven zich blijft versnellen zal eens de vernietiging komen. Is daarmee de snelle techniek, de snelle beweging veroordeeld? Neen, het is het niet meer beheersen van versnelling, die vernietiging brengt. De menselijke zijde van het pro-bleem betreft beheersing van impulsen: gaat het er met ons vandoor of beheersen we het. Dat is een kernvraag in ons leven. Het Ego heeft de kracht tot scheppen, maar tevens tot het doen ophouden. Wij leven tussen hemel en aarde. We hebben een hemels erfdeel en een aards doel. Dit vraagstuk doet zich in alle levensaanzich-ten voor, bepaald door begeerte en beheersing. In de mens leeft begeerte naar meer: meer bezit, meer rijkdom, meer roem, meer plezier, meer gemak. Er is een eenvoudig spreekwoord, wij allen kennen het, maar het is o zo moeilijk ernaar te leven: het bezit van de zaak is het eind van het vermaak. Geen bezit is uiteindelijk bevredigend. Waarom is dat zo? Omdat aan het meer, het steeds meer geen einde komt.

    Er kwam eens een derwisj met een bedelnap bij Sikander, de grote koning. De derwisj vroeg hem of hij die nap kon vullen. Sikander keek hem aan en zei: Wat een vraag aan een koning als ik! Die kleine nap vullen, daar is toch niets aan? Maar die nap was een tovernap. Er werden honderden, ja miljoenen in gegooid en nog was hij niet vol. Hij bleef voortdurend half leeg. Toen Sikander merkte dat hij de nap niet kon vullen en dat hij arm geworden was, zei hij: Derwisj, hoe kan dit gebeuren? Deze nap heeft al mijn schatten opgeslokt en nog steeds is hij leeg.De derwisj antwoordde: Sikander, al zouden alle schatten van de wereld erin gegooid worden, hij zou steeds halfleeg blijven. Weet u niet wat deze nap voorstelt? Het is de behoefte van de mens aan meer.De vraag is wat wij moeten doen met het ingeboren verlangen naar meer. Want deze neiging kent iedereen en het is de neiging tot iedere bereiking. We kunnen leren waar de grens is, hoe ver we kunnen gaan zonder onszelf en anderen te schaden. Inayat Khan zegt in de Gathas: Niemand ter wereld heeft een dergelijke macht de mens tot slaaf te maken dan zijn eigen ego. Er is in onze taal een beginsel van waaruit we op school leren, de twee werkwoorden: hebben en zijn. We hebben het op school geleerd, onbewust van het feit dat het niet alleen de les van de taal is, maar van het leven. Het hebben brengt versterking van het ego, van het materiele ik-gevoel, zoals het eerdere verhaaltje laat zien. Het brengt eigenschappen van het ego: begeerte naar meer, trots, egosme, eerzucht, hebzucht, machtswellust, enz. Het zijn is een onvervreemdbaar goed, het is ons eigen wezen. Zoals een soefi eens zei: stof groeit door te nemen, geest groeit door te geven.

  • 14

    In ons leven leven wij tussen deze twee grote machten. Als de stof ons over het hoofd groeit, worden we onmenselijk. Ik meen te mogen zeggen dat wij daar in deze tijd ook voorbeelden van zien en de enige wijze om alle onheil die dreigt te-gemoet te treden is van de zijde van de geest. We zullen een weg van het midden moeten vinden om beide zijden hun kans te geven. De bijbel zegt: geeft de keizer wat des keizers is en God wat God toekomt. Daarvoor is ascetisme niet nodig, dat zou onrijp kunnen zijn. maar wel is het nodig te groeien in het bewustzijn dat er een grens is aan alle dingen, dus een evenwicht. Dit ligt voor iedereen anders naar mate aard en aanleg, maar in alle gevallen is groeien in bewustzijn nodig. Ontwaakt en wakker zijn, maar niet doorslaan; dus evenwicht zoeken.

    We hebben een waarschuwer in ons die zegt wanneer wij onze grens overschrijden en die grens ligt waar hebben en zijn elkaar ontmoeten. De boodschap van heden leert ons eigen grenzen te kennen, zij geeft geen voorschriften, geen wetten, maar werpt licht op ons leven, waardoor wij zlf gaan zien. In dit licht zijn we op weg eigen normen te ontdekken en er rekening mee te hou-den. Eigen normen zijn ons eigendom, zijn iets anders dan opgelegde normen. Hiermee hangt het wonder in ons leven samen, die innerlijke stem die niet aflaat te waarschuwen en die in iedere fase van ons leven blijft waarschuwen. Het is het wonder van het geluksgevoel in de mens, dat hem leidt in zijn ontwikke-ling tot menswording. Geen moreel voorschrift kan hem dit geluksgevoel schenken. Het kan alleen komen uit zijn zuivere innerlijke gevoel, een gevoel dat zich niet laat beredeneren, maar dat hem toevalt vanuit zijn eigen diepste wezen. Zoek eerst het koninkrijk Gods. Dat is de diepste les op onze pelgrimstocht door het leven, en dat zoeken is het wonder van ons leven dat niet geleerd of voorgeschreven kan worden, maar dat in ons groeit, diep onder de schommelingen van ons leven en onder de overwegingen van goed en kwaad. Wanneer we hiervoor opengaan, kan ieder ogenblik onverwacht een wonder zijn, waar we ons dan ook bevinden en in welke omstandigheden dan ook.

    DANKBAARHEID

    Dankbaar zijn is de hoogste vorm van gebed, want je erkent de aanwezigheid van het goede

    als je het licht van je dankbaarheid laat schijnen.Bij dankbaarheid is zowel het hart als de geest betrokken.

    Dankbaarheid is de korste wegt naar geluk.

    Hazrat Inayat Khan

  • Als een leerling lekker in zijn vel zit, presteert hij beterInterview met docent gelukskunde Theo Wismans

    Zubin van den Besselaar

    In het kader van 100 jaar Universeel Soefisme wordt op zaterdag 3 en zondag 4 juli in Murad Hassil in Katwijk een symposium gehouden, met als themas Eenheid en De weg naar binnen. Op de eerste dag houdt Karimbakhsh Witteveen een lezing over Eenheid en zal hem het eerste exemplaar van het boek Soefisme, de religie van het hart worden aangeboden. De middag heeft als thema: Zoeken jongeren eenheid? Een van de sprekers die middag is Theo Wismans, docent gelukskunde op het Charlemagnecollege, een school voor voortgezet onderwijs in Landgraaf en Kerkrade.

    Als je googlet op Theo Wismans tref je 14.100 verwijzingen aan. Ook op de televisie is hij geen onbekende meer. Hij trad onder andere op bij de NCRV en in het Jeugd-journaal en diverse landelijke dag- en weekbladen hadden een interview met hem. Inmiddels is zijn lesmethode uitgegeven door uitgeverij Malmberg en wordt deze op meer scholen gebruikt. De vertaling in het Engels is gereed. Daar heet geluk in dit verband well-being. In een caf in zijn woonplaats Heerlen had ik een gesprek met hem.

    Ter voorbereiding van dit gesprek zag ik de uizending over jou in het programma het Derde Testament van 28 februari 2009 terug. Wat ik daarin interessant vond was, dat je zei dat de module ontstaan is nadat jezelf in een soort crisissituatie was beland. Kun je daar iets meer over vertellen?Theo Wismans: Ja, als je al heel lang voor de klas staat dan kan er een moment komen dat je het helemaal niet meer ziet zitten. Je raakt dan opgebrand. Ik was en ben leraar godsdienst en levensbeschouwing. Je praat wel over het geloof en je geloofsovertuiging in de klas, maar in een bepaalde fase van je leven hoeft er dan maar iets te gebeuren en je bent weg. Dat was met mij het geval. Toen ben ik gaan nadenken over, en werken aan mezelf. Uit dit denkproces zijn de lessen geboren. Ik wilde de spirituele kanten van leerlingen ontwikkelen, hen helpen meer mens te worden. Belangrijk hierbij is het ontwikkelen van meer zelfvertrouwen.

    Heb je theologie gestudeerd?Theo Wismans: Ja, katholieke theologie. Ik ben katholiek opgevoed. In mijn puber-tijd, in de zestigerjaren zat ik in een kerkelijk jongerenkoor dat in die tijd gelieerd was met de studentenecclesia in Amsterdam. Daar zat toen Huub Oosterhuis, en zijn muziek maar ook de andere kijk op de wereld sprak ons als koorleden aan. Wat daar gebeurde namen wij in Heerlen op de middelbare school, waar ik op zat, over. De school werd toen nog geleid werd door paters Franciscanen. Later kreeg ik een baan in het onderwijs. Eerst als onderwijzer, maar ik ben later de avondopleiding theologie gaan volgen hier in Heerlen aan de Hogeschool voor Theologie en Pasto-raat. Al die tijd was ik erg betrokken bij allerlei actiecomits, bij vernieuwing in kerk

    15

  • 16

    en wereld. Ik heb bijvoorbeeld destijds een project opgezet waarbij onze school zich verbond met een school in Ghana. We hadden daar contact met een progressieve, zeer sociaal betrokken missionaris. Ik ben daar samen met mijn vrouw ook in 1980 naar toe geweest.De doelstelling van de school waar ik lesgeef gaat terug op de Franciscaanse wor-tels. Er zijn nu weliswaar geen paters meer maar de Franciscaanse uitgangspunten staan nog recht overeind. En wat je in je doelstelling hebt staan moet je ook uitdra-gen, vind ik.

    Hoe geef je dat vorm?Theo Wismans: Zorg voor de ander. Maar verder heel eenvoudig met passie wer-ken. En kleur bekennen. Duidelijk laten zien waar je staat. Daar hebben veel mensen behoefte aan, zeker jonge mensen. Thuis wordt vaak niet meer veel aan godsdienst gedaan maar er zijn wel degelijk religieuze wortels. Daar sluit ik op aan. Ik heb in de jaren tachtig ook ervaringscatechese van het Hoger Katechetisch Instituur, het HKI in Nijmegen gegeven. Daarbij ga je uit van de ervaring van de jongeren in het

    levensbeschouwelijke onderwijs. En ik durf te stellen dat dat nog steeds de manier is waarop je jongeren kunt aanspreken. Vanuit die gedachte zijn ook de lessen in Gelukskunde ontwikkeld?Theo WismansJazeker en die lessen worden gegeven als een opmaat voor andere modules. Het gaat daarbij om de ontwikkeling van de leerlingen als puber. Ik geef ze handvatten waarmee ze wat makkelijker door het leven kunnen. Ze leren omgaan met problemen en zich emotioneel te uiten. Het is eigenlijk een soort een sociaal-emotionele training waar wij een les van hebben gemaakt. Je kunt het op allerlei wijzen inpassen. Aan de hand van fotos kunnen we themas zoals liefde, schaamte, geluk aan de orde stellen. Bij dit alles gaat het er om, uit te gaan van de levensvra-

    Reacties van leerlingen op de website www.gelukskunde-malmberg.nlRianne (14): De eerste les moesten we als huiswerk thuis een vervelend klusje doen. Ik heb toen de bedden afgehaald, zonder dat mijn moeder het wist. De bedoeling was te ontdekken dat je je na iets vervelends toch opgelucht en te-vreden kunt voelen. En dat was ook zo. Door de lessen gelukskunde heb ik het idee dat ik een ander iemand word. Voorheen was ik vaak niet op mijn gemak. Nu denk ik: laat maar zitten, het maakt niet uit wat anderen van me denken. Ik voel me daar cht gelukkiger door.

    Bo (15): Bij gelukskunde heb ik geleerd dat iedereen anders is. Nu durf ik meer mezelf te zijn. Dat geeft me zelfvertrouwen. En op de momenten dat ik me wat minder voel, weet ik hoe ik dat goede gevoel kan terughalen. Een leuke opdracht vond ik om met je ouders te bespreken wat je gelukkig maakt. Van mijn vader hoorde ik toen allemaal dingen over vroeger die ik helemaal niet wist, hoe ik als kind was en zo. Ook mijn klasgenoten heb ik op een heel andere manier leren kennen."

  • 17

    gen waar de leerlingen zelf mee worstelen. Je hoeft bij hen niet aan te komen met allerlei standpunten en theorien. In de eerste les wordt aan de leerlingen gevraagd wat geluk is. Er wordt een rijtje antwoorden uit onderzoeken voorgelegd waaruit de leerlingen de voor hen belang-rijkste moeten opschrijven. Daarna moeten ze de lijsten van een aantal medeleer-lingen naast elkaar leggen en erover gaan praten. Op een ander moment gaan de leerlingen op zoek gaan naar hun eigen X-factor: wat is hun talent, wat zijn hun goede eigenschappen, wat maakt hen aantrekkelijk, hoe zien ze zichzelf het liefst? Leerlingen leren ook dat ze naar elkaar moeten luisteren.Op onze website www.gelukskunde-malmberg.nl kun je veel voorbeelden vinden. Daar vind je ook ervaringen van leerlingen en docenten. Kijk ook eens naar www.onderwijsvanmorgen.nl. We hebben de eerste 2 jaar van de school 2 uur per week uitgetrokken voor modu-les die de sociaal-emotionele vorming van lerlingen ondersteunen. Je vindt daar ook modules als creatief denken, dag van de liefde en tai chi.Ik vind het Christendom in Nederland op dit moment een hele dooie boel. Er is geen contact met de jongeren. Het wordt wel geprobeerd door de kerken, maar het is een te kleine groep. Er wordt veel te weinig gedaan met multi-media en men gaat te weinig de boer op naar scholen en in kaart brengen wat er op kleine schaal in de wijken gebeurd.

    Wat versta je zelf onder geluk?Theo Wismans: Dat is natuurlijk voor iedereen wat anders. Het is wel iets positiefs waar je je aan optrekt. Het idee achter gelukskunde is dat als een leerling lekker in zijn vel zit, hij ook beter presteert op school. Je zit natuurlijk op school om te leren, maar met aandacht voor sociaal-emotionele aspecten zorgen we ervoor dat de leerlingen uitgebalanceerd de markt op gaan. Wij horen van ouders dat zij tips uit onze lessen overnemen, zoals het opschrijven van tobberijen en deze voor het slapen gaan in een al dan niet denkbeeldige prullenbak gooien.

    Wat vinden de leerlingen zelf ervan?Theo Wismans: Die vinden het geweldig. Gelukskunde komt als enige module zo-wel in het eerste als het tweede jaar voor. Daar hebben de leerlingen zelf bij de directie voor gevochten. Hazrat Inayat Khan, de brenger van de Soefi Boodschap naar het westen zegt, dat geluk een kenmerk is van je diepste wezen. Ben je het daarmee eens?Theo Wismans: Absoluut, daar gaat het om.

    Voorwaar,het leven is een voortdurende strijd en alleen hij zal overwinnen,

    die zichzelf overwonnen heeft.

    Hazrat Inayat Khan

  • Het enneagram als weg om jezelf beter te leren kennen1

    Reina de WitShamsher Jacques van Hees

    Mensen zijn heel verschillend in drijfveren, denken, voelen, doen, in assertiviteit, in zich terug-trekken, in meegaan met anderen, in sociaal opzicht, in relaties. Het enneagram beschrijft ne-gen verschillende persoonlijkheidstypen en hun interacties. Het beschrijft elk type aan de hand van een karakteristiek denkpatroon, een emotioneel reactiepatroon en een bepaalde manier van omgaan met anderen. Het wordt daarom veel gebruikt in organisaties als hulpmiddel voor persoonlijke en professionele ontwikkeling van medewerkers. Het enneagram is echter meer dan een instrument, omdat de achtergrond van mystieke aard is.

    Het enneagram is een symbolische weergave van verschillende facetten van vol-maaktheid. Gevangen in ons ego zijn we het contact met deze volmaakte oorsprong kwijtgeraakt. De negen typen van het enneagram geven negen strategien weer om dit gemis te compenseren. Het bijzondere van het enneagram is dat het mensen een spiegel voorhoudt en stap voor stap bewuster maakt van wie ze werkelijk zijn. Het gedachtegoed is verbonden met onder andere het middenoosterse soefisme en is rond 1900 door de Armeense mysticus Gurdjieff als universeel symbool van de eeuwige wetten van het universum weergegeven en aan anderen doorgegeven.

    De soefileraar Idries Shah vertelde een parabel over een blikslager, die ten onrechte gevangen was gezet en die, op schijnbaar wonderbaarlijke wijze, wist te ontsnap-pen. Toen hem vele jaren later werd gevraagd hoe hem dat was gelukt, antwoordde hij dat zijn vrouw, die een weefster was, het patroon van het slot van de gevange-niscel had geweven in het gebedskleed waarop hij vijf maal per dag had gebeden. Hij kreeg van de bewakers gedaan dat zij hem gereedschap brachten om kleine kunstvoorwerpen te maken, die de bewakers dan verkochten en waarvan zij de winst opstreken. Ondertussen gebruikte hij het gereedschap ook om een sleutel te maken en op een gegeven dag kon hij daarmee ontsnappen.2Deze metafoor beschrijft de staat waarin het grootste deel van de mensheid zich bevindt: gevangen in het labyrint van onze eigen egostructuren. Het enneagram biedt ons het patroon waardoor wij de sleutel naar onze werkelijke identiteit kunnen ontdekken.

    BewustwordingAls soefis zoeken we naar wijsheid en volgen we het pad van liefde, harmonie en schoonheid. Hazrat Inayat Khan heeft veel geschreven over de ontwikkeling van de persoonlijkheid. In de innerlijke school staan we voortdurend stil bij allerlei aspecten van onze houding in het dagelijks leven. Want het daadwerkelijk ontwikkelen van de houding die we zouden willen, valt niet mee. Ieder van ons worstelt met bepaalde eigenschappen en overtuigingen die ons belemmeren zo te zijn als we zouden willen zijn. Bepaalde omstandigheden of -in onze ogen- onhebbelijk gedrag van anderen kunnen bij ons reacties oproepen waar we later spijt van hebben, maar die we

    18

  • 19

    op het moment zelf niet kunnen beheersen. Onze gevormde per-soonlijkheid ons ego- staat ons dan in de weg. Hoewel al die egos uniek zijn, kun je wel types onderscheiden, mensen met dezelfde karakter-trekken of manieren van doen. Uit ervaring blijkt dat mensen zich heel treffend herkennen in de typologie zoals die beschreven wordt in het enneagram. Hoe dieper je gaat in dit model hoe beter je jezelf ook daadwerkelijk leert kennen. Het uiteindelijke doel is dan contact maken met je ziel en met je opdracht in dit leven. De Perzische dichter Saadi ver-woordt dit zo treffend:Iedere ziel draagt haar bestemming in zich en het licht van die bestem-ming was vanaf het begin in die ziel ontstoken. Deze bestem-ming wordt bereikt door het tot ontwikkeling brengen van de bij

    de geboorte meegegeven eigenschappen. Men wordt als mens geboren, maar zijn menselijkheid moet men zelf tot ontwikkeling brengen. Doet men dit niet, dan mist het leven zijn doel. Niemand heeft zijn levensdoel vervuld zolang zijn toon, die slui-mert in zijn ziel, niet heeft geklonken.

    Het spirituele enneagram Het enneagram geeft een prachtig beeld van negen verschillende oorspronkelijke kwaliteiten. Als het Goddelijke witte licht, dat verdeeld is in een spectrum van kleu-ren die elk een type in het enneagram (en de vele varianten binnen dat type) ver-tegenwoordigen. Dit sluit aan bij de opdracht die de ziel heeft. Elke type heeft tot taak een bepaald aspect van het Goddelijke te representeren, voor te leven. Deze negen aspecten zijn: liefde, volmaaktheid, vrijheid, hoop, evenwicht, alwetendheid, vertrouwen, wijsheid en waarheid. Het ego dat mensen laten zien is een vervormde afspiegeling van die Goddelijke kwaliteiten. Bijvoorbeeld type EEN de idealist, heeft als taak mensen in te laten zien dat de wereld volmaakt is zoals die is. Het ego zal dit onbewust ervaren als een sterke innerlijke drijfveer om altijd en overal te trachten zaken te verbeteren. Daardoor worden mensen met dit type veelal als (te) kritisch ervaren. Door hierin inzicht te bieden kan het enneagram een geweldig hulpmiddel zijn op het pad van persoonlijke en spirituele ontwikkeling en een aanvulling op de soefiweg.

    De cirkel symboliseert de Eenheid. Elk van de negen punten staat voor een specifiek facet van Eenheid. De benamingen zeggen iets over de aard van de strategie van elk mens om het gemis van volmaaktheid te compenseren. Zo creren we elk onze eigen sluier van illusie. De lijnen in het model geven de dynamiek en ontwikkeling weer. In verschillende omstandig-heden komen kenmerken van andere typen in onszelf naar boven. In het hart van het model is het licht van de Goddelijke essentie weerge-geven. Door bewustwording kunnen we onze sluiers doorzichtiger maken zodat het licht van de Goddelijke essentie door ons heen kan schijnen.

  • 20

    De onderwerpen die in de studie van het enneagram aan de orde komen zijn zelf-kennis, kwaliteiten, valkuilen, wegen tot groei, omgang met anderen en uiteindelijk manifestatie op aarde van je ware zelf. Hieronder gaan we in op deze aspecten.

    Zelfkennis.Het enneagram beschrijft hoe en waarom onze persoonlijkheid zich heeft ontwik-keld. Het kind dat geboren wordt op aarde verliest al snel de verbinding met de plek waar hij/zij vandaan komt en voelt zich hulpeloos verloren, verlaten en onbegrepen. Het moet hier echt schreeuwen om aandacht. Deze nieuwe mens kiest daarom natuurlijk volkomen onbewust - voor een strategie die aandacht, warmte en eten oplevert. De ware aard raakt daardoor op de achtergrond. Zo wordt de persoonlijk-heid gevormd die we het onware zelf noemen. In feite is dit een overlevingsstrate-gie, waar mensen zich aan vastklampen omdat ze het besef kwijtgeraakt zijn deel van een geheel te zijn. Studie van het enneagram leidt tot het inzicht en de ervaring dat je dit gedrag kan veranderen naar meer authenticiteit. Dit thuiskomen bij jezelf is vaak een feest van herkenning.

    Kwaliteiten.Onderdeel van coaching of van een cursus is steevast onderzoek naar kernkwalitei-ten. Mensen leren een duidelijk onderscheid te maken welke kwaliteiten echt bij hen passen en welke aangeleerd zijn in verband met overleven. Het is heel ontroerend om te zie hoe blij mensen worden als ze meer mogen gaan leven vanuit talenten die echt bij hen passen. Zo kan de ziel ook beginnen met opbloeien.

    ValkuilenDat gaat ook op voor valkuilen. Mensen schamen zich doorgaans voor hun zwakke kanten of willen die niet zien. Het enneagram legt een verband tussen valkuilen en de types, en beschrijft oorzaken van die valkuilen die veelal ontspringen uit onwe-tendheid en drang om te overleven. Het is dan een kleine stap naar het met com-passie onder ogen zien en accepteren van je zwakke kanten. De vorm waarin het ego zich manifesteert krijgt zo een duidelijk gezicht. Van schaamte of jezelf veroordelen hoeft dan geen sprake meer te zijn. In plaats daarvan is er de uitnodiging om je los te maken van dit onbewuste gedrag.

    Wegen tot groeiDe volgende stap is het overstijgen van die valkuilen. Je kunt van andere types leren inzien waarom je steeds in je valkuil valt. Het enneagram is uitgewerkt in negen niveaus van psychische gezondheid. Op niveau n kun je vrij van je ego zijn en je gedragen zoals je bedoeld bent volgens jouw type. De andere niveaus zijn gradaties waarin je meer je toevlucht neemt tot je ego en zodoende voor jezelf en voor ande-ren meer problemen veroorzaakt. Niveau negen is dan ook een pathologisch mens. Door studie wordt duidelijk hoe het komt hoe je op een bepaald moment in je leven of naar aanleiding van bepaalde gebeurtenissen zakt in je gezondheidsniveau. De volgende stap is te leren anders met die situaties om te gaan, te groeien in ge-zondheid en minder vanuit het ego te reageren.

  • 21

    Omgang met anderenZoals je jezelf beter leert kennen, zul je ook anderen beter gaan begrijpen als je weet hoe die anderen tot hun gedrag zijn gekomen en ziet hoe hun gedrag verandert. De ander veroordelen en beconcurreren maakt dan plaats voor begrip en samen-werking. In een groep leren mensen heel veel van en aan elkaar als ze kwetsbaar durven te zijn en zien hoe ieder hard werkt en meer contact krijgt met de eigen ziel. Het is prachtig om te zien hoe zielen gaan bloeien en groeien. Zo wordt liefde tastbaar en harmonie voelbaar. Als dat geen schoonheid is.

    Aanbevolen literatuur:* Don Richard Riso & Russ Hudson: De wijsheid van het enneagram (2000). (Prachtig boek dat op evenwichtige wijze het enneagram beschrijft als gids voor psychologische en spirituele groei)* Hanna Nathans: Werken met het Enneagram (2000). (gedegen boek over de vele facetten van het enneagram ook voor toepassing in bedrijven. Zij ziet het Enneagram vooral als ontwikkelingsmodel en beschrijft dan ook veel oefeningen en interventietechnieken)* A.H.Almaas: Facets of Unity (1998). (Dit boek belicht uitgebreid de hogere spirituele Essentie die de enneagramtypen vertegenwoordigen en het proces waardoor we de verbinding met die Essentie kun-nen herstellen) * Sandra Maitri: Het enneagram van de passies en de deugden (2005). (Over het pad van transforma-tie door onze passies (= onze dwangmatige emotionele patronen) te leren kennen en daardoor de weg te vinden naar onze deugden)* Frank Schaper & Azwin Ressang: Het team in jezelf (2003). (Een kritisch geluid naar aanleiding van de hype die op een zeker moment ontstond over het enneagram. Deze auteurs benadrukken de veelzij-digheid in de menselijke persoonlijkheid. Kenmerken van de verschillende enneagramtypen geven ieder mens een bepaald profiel. En hoofdstuk gaat over het oorspronkelijke soefi-enneagram).

    1 Het enneagram is geen onderdeel van het Universeel Soefisme maar Shamsher van Hees (cen-trum Arnhem) heeft met veel succes een aantal workshops erover gegeven in het Haags soefi-centrum. Omdat ook Reina de Wit (centrum Amsterdam) er in haar werk gebruik van maakt heeft de redactie van de Soefi-gedachte beiden gevraagd om uitleg over het belang ervan voor soefis. Informatie: info@reinadewit.nl en jacques@persoonlijke-coaching.nl

    2 Uit: S.Maitri De spirituele dimensies van het enneagram. Altamira-Becht 2000

    CIRKEL

    Hij trok een cirkel en hield mij erbuiten,

    eigenzinnig, rebels, vol honende spot.

    Maar de liefde en ik waren slimmer,

    we maakten een grotere cirkel en trokken hem erin.

    Edwin Marcum

  • Soefisme als religieuze gedachteAmeen Carp

    Op een affiche in de keuken van het soeficentrum te Den Haag staat een drietal lezingen aangekon-digd, die Hazrat Inayat Khan in het centrum zou geven in mei 1924. De aangekondigde lezingen gin-gen over drie aspecten van het Soefisme, namelijk: als religieuze gedachte, als innerlijke gedachte en als sociale gedachte. Deze lezingen zijn nooit gegeven, want er kwam een wijziging in het reisprogramma van Inayat Khan. Hij sprak in die aangekondigde dagen in Brussel en we moeten dus raden wat de leraar had willen zeg-gen.

    Ik wil proberen dit te doen, zoals ik het reeds eerder deed over de andere twee aspecten van het Soefis-me, de sociale gedachte en de innerlijke gedachte, in respectievelijk de Soefi-gedachte van december 2008 en 2009.Wat eerst opvalt is het onderscheid tussen de religieuze gedachte en de innerlijke gedachte. Het lijkt me dat bij de religieuze gedachte verstaan moet worden het ver-langen naar een Ideaal Wezen, de schepper van alles wat bestaat, de volmaaktheid van liefde, harmonie en schoonheid. Kortom het verlangen naar dat Wezen, dat als God, Allah, JHWH, Brahma, Ahura Mazda bekend staat. En onder de innerlijke gedachte kan men verstaan het ontwikkelen van de latente innerlijke krachten in de mens als intuitie, bewustwording, gevoel voor schoonheid, moraal, rechtvaardig-heid, houding, verantwoordelijkheid. Bij deze ontwikkeling worden ademhalings-oefeningen, concentratie, contemplatie, meditatie, onthechting, zelfdiscipline ge-bruikt.

    In een zoeken naar een ideaal, komen vanzelf vragen bij de mens op: Waarom ben ik geboren? Wat is het doel van deze schepping? Wat ligt er vr de geboorte en wat daarna? In een antwoord hierop zegt de soefileraar: De hele schepping is gemaakt om te ontwaken. Maar ontwaken geschiedt voornamelijk op twee manieren: n soort wordt geboorte genoemd, de geboorte van het lichaam, waarbij de ziel ontwaakt in de omstandigheid, dat de ziel beperkt is in het fysieke lichaam en zodoende de mens een gevangene is. De andere soort is een ander ontwaken, een ontwaken voor de werkelijkheid en dat wordt de geboorte van de ziel genoemd. God verloren in Zijn manifestatie is de toestand die wij ontwaken noemen. De manifestatie verloren in God is realisatie. In mijn ontwaken zou ik de eerste soort droom noemen en de laatste soort ontwaken.

    Als we deze tekst tot uitgangspunt nemen, zien we dat de mens aanvankelijk ge-vangen zit in het lichaam met zijn zintuigen. Door die zintuigen neemt de mens

    22

  • 23

    de wereld om zich heen waar. Met zijn psyche (voelen en denken) neemt de mens deze wereld waar, ervaart en overdenkt die. Maar in die mens, in zijn ziel leeft het verlangen naar iets volmaakts. Iets dat de mens verheft boven alle beperkingen van het leven in een fysiek lichaam, dat vele mogelijkheden kent maar toch beperkt is. Dit verlangen van de ziel kan zo sterk worden, dat de mens zich meer en meer richt op een immaterieel bestaan. Iets dat van ijle, absolute aard is. Onveranderlijk, eeuwig, alomtegenwoordig, alwetend. In zon absoluut wezen kan de beantwoording van de levensvragen worden gevonden. Wie heeft deze wereld geschapen? Wie onderhoudt deze schepping? Wie ziet en kent mij? Wie schonk mij intelligentie en het gevoel voor schoonheid, voor goed gedrag, voor de waarheid? Wie drijft mij in mijn zoeken naar inzicht?In het zich vormen van een ideaal beeld van deze oerbron van alle leven, spreekt de verbeelding en het aanvoelen een grote rol. Want niet met het intellect wordt dat Ideaal geschapen, maar met de verbeelding, dat is het vermogen zich een beeld voor te stellen, dat de ogen niet kunnen zien en in het aanvoelen, ik voel aan en ik weet dat iets goed en juist en waar is.Veel mensen worden door hun ouders en voorouders tot een religie geleid. Veel mensen nemen de religie aan van hun ouders, hun land, hun cultuur. Maar hoe diep gaat deze religieuze overtuiging? Is die doordacht, beproefd, onderzocht? Neemt men een religie aan omdat het zo hoort of omdat iemand die men vertrouwt en respecteert die religie aanhangt?

    Wat de ware zoeker naar verbinding met zijn ideaal doet beseffen dat hij/zij dit ideaal werkelijk gevonden heeft, is het gevoel thuis gekomen te zijn. Men voelt zich veilig, geborgen, beantwoord.Het soefisme als geestelijke boodschap voor deze tijd schenkt de mens in religieuze zin drie belangrijke uitzichten:a. Geestelijke vrijheid. Men gelooft niet volgens bepaalde dogmas, geloofsregels

    gemaakt door geestelijke leiders. Maar men is vrij te geloven in het Ideaal dat die zoeker aanspreekt.

    b. De Eenheid van religieuze idealen. Er is niet n religie, die de ware is, wiens Profeet hoger staat dan een ander. Door alle religies van de mensheid klinkt n goddelijke Broederschap, zij het dat de woorden en beelden verschillend zijn.

    c. Er is een goddelijke, onzichtbare leiding werkzaam in ieder mens, die de zoe-kende mens verder voert naar ontwaken, naar het inzien dat er n Realiteit is.

    In die zin is het soefisme, ofschoon geen religie, een machtige geestelijke stroming die het religieuze gevoel in de mens aanraakt en hem/haar opwekt te zoeken en te ontwaken.Hoe gaat de weg dan verder? Door gebed, door dagelijkse spirituele oefeningen, door meditatie, door contact met de natuur, met de pracht van muziek, door te le-ren stil te zijn, voert de weg verder en verder. Naar grotere geestelijke vrijheid, naar dieper inzicht, naar nobeler gevoelens en intenties, naar grotere zelfloosheid, naar aanvaarding van het leven, de manifestatie van God. In die zin kan men soefisme als religieuze gedachte opvatten en aanvaarden.

  • LiefdadigheidWali van der Putt

    Er zijn in de loop van de tijd vele termen en vormen voor liefdadigheid in omloop en in zwang geraakt. In dit artikel hanteer ik het neutrale begrip liefdadigheid als koepelbegrip voor al die termen en vormen. Daarover vond enige tijd geleden tijdens de jaarlijkse voorjaarsbijeenkomst van Landelijk Bestuur en Soefi-Raad van de Vereniging Soefi-Contact een gedachtewisseling plaats: hoe we als soefis tegen liefdadigheid aankijken en hoe we daar in de praktijk mee om kunnen gaan. Er hebben zich in soefikring onlangs een paar concrete voorvallen voorgedaan die resulteerden in een concrete hulpvraag. Dat vroeg om bezinning over het vraagstuk liefdadigheid en over de manier hoe daar in de praktijk mee om te gaan. Er komen dan vragen naar boven als: is dit wel een taak voor ons of moet je daarvoor bij de overheid aankloppen? Gesteld dat het wel een taak voor ons is, waar liggen dan de grenzen? Hebben wij als soefis een (religieuze) plicht tot het geven van bijdragen vergelijkbaar met die van moslims die vanuit de Islam immers de Zakah (Zakaat) kennen? Bestond die plicht tot liefdadigheid niet al veel langer in onze Joods-christelijke traditie, waar we het begrip Caritas tegenkomen? Vinden we de liefdadigheidsgedachte niet allemaal zeer sympathiek maar moeten we de concrete invulling daarvan overlaten aan ieders eigen verantwoordelijkheid? Wat is of wat kan de rol van een soefi-organisatie zijn als orgaan en kanaal om daarbij de helpende hand te bieden?

    Liefdadigheid is van alle tijdenIk heb niet de intentie op al die vragen het/een antwoord te geven, maar het is wellicht verhelderend om eens te kijken hoe vanuit de in onze Nederlandse maatschappij meest bekende traditie, de Joods-christelijke, en ook vanuit de Islam (immers nu de tweede grote religie in ons land), naar liefdadigheid wordt gekeken. Zij die bekend zijn met de Joods-christelijke tradities kennen het begrip tienden. Het komt oorspronkelijk uit de wetten van Mozes die betaling voorschreef van tienden voor het onderhoud van de Levieten en de tempeldiensten (zie Numeri 18:21). Deze praktijk werd later gevolgd door de rooms-katholieke kerk. De opbrengsten werden gebruikt voor het onderhoud van de clerus, van de kerken en de zorg voor de armen. Het werd aangemoedigd en voorgeschreven in een kerkelijke wet in de zesde eeuw en verplicht gesteld in wereldlijke wetten in de achtste eeuw. De opbrengsten vormden de voornaamste bron van de fondsen waarmee de bouw van kathedralen werden gefinancierd. Een mooie theologische benadering van het begrip liefdadigheid vond ik in het Handbook for Todays Catholic, dat ik tijdens een uitstapje bij de International Sufi-Federation in 2005 achter in de St. Pauls Cathedral in New York in het boekenrek aantrof. Ik vertaal het maar even vrij: Als menselijke wezens zijn we in staat tot geloof, tot vertrouwen en tot het liefhebben van anderen. Genade transformeert deze wegen om je tot anderen te richten in door Godgeleide deugden als geloof, hoop en liefdadigheid, vermogens om er je mee tot God en anderen te richten, als een van Zijn zeer geliefde zonen en dochters. In de staat van genade heb je geloof: je gelooft in God, waarbij je je hele wezen

    24

  • 25

    toewijdt aan Hem als de persoonlijke bron van alle waarheid en verwezenlijking van je eigen wezen. Je kunt hoop hebben: je vertrouwt de betekenis en de toekomst van je hele wezen toe aan God, die je een leven met Hem belooft dat eeuwigdurend volmaakt is op een verborgen manier, zelfs nu door je begenadigd wezen/bestaan (existence). En je hebt lief(dadigheid): je hebt God lief als het persoonlijke Alles van je leven, en alle mensen als deelgenoten in de toekomst die God voor allen wenst eeuwigdurend met Hem verbonden.Uit het Nieuwe Testament kennen we de uitspraak van Jezus: Wat je aan de minste der Mijnen hebt gedaan heb je aan Mij gedaan.

    ZakahHet woord Zakah (het geven van aalmoezen) in de Islam komt van de wortel ZKY dat zich zuiveren en ook zich vermeerderen betekent. Het is een tiende of aalmoes, waarvan de betaling verplicht is volgens de Sharia (de Islamitische Goddelijke wet). Het betekent eigenlijk jezelf zuiveren van de overvloed waarmee God je heeft gezegend door iets daarvan te delen met de armen en de behoeftigen, met hen die de weg van Allah bereizen, terwijl de Zakah ook bestemd is voor alles wat geschiedt in naam van Allah en de Din (de godsdienst) kan versterken.In de traditionele islamitische maatschappij werd die betaling gedaan aan de functionaris die de schatkist van de staat beheerde (wij zouden zeggen: aan de minister van financin dan wel voor deze aan de belastingdienst). Veel moslims geven Zakah aan de imam zodat deze het op de beste manier kan besteden.Oorspronkelijk was de Zakah een belasting die werd geheven op een bepaalde hoeveelheid van bepaalde goederen, zoals tarwe, gerst, dadels, rozijnen, goud, zilver en vee. Wanneer in de hoeveelheid van deze goederen een drempel werd overschreden, werd de Zakah verplicht. Heden ten dage nu we in een geldmaatschappij leven betalen de meeste moslims als een vorm van verzekeringspremie het equivalent van 2,5% van hun inkomen aan Zakah. Belangrijke gemeenschapsprojecten zoals scholen, ziekenhuizen, weeshuizen en soortgelijke instellingen werden tot stand gebracht door deze, via religieuze belasting verworven, sommen gelds. De shiitische islam kent daarnaast ook nog andere religieuze belastingen, zoals Khums, dat eenvijfde betekent.Daarnaast kent de Islam nog andere vormen van vrijwillige religieuze bijdragen, zoals Sadaqah, een bedrag dat aan de armen wordt gegeven uit dankbaarheid aan God voor het behoed zijn tegen een bepaald gevaar of voor het ontvangen van een bepaalde zegen. Verder nog Fitriyyah, geld dat aan het eind van de maand Ramadan aan de armen wordt gegeven. Al deze vormen van aalmoesgeven moeten echter niet verward worden met de Zakah, die verplicht is en n van de zuilen van de Islam is.

    In het algemeen moedigt de Sharia het geven aan op de weg naar God en moslims onderschrijven dan ook geheel het Evangelische uitgangspunt: Het is zaliger te geven dan te ontvangen. Heden ten dage wordt in islamitische staten op economisch en sociaal gebied veel tot stand gebracht door diverse vormen van religieuze liefdadigheid. De instelling van de Waqf of religieuze stichting, die geheel in de islamitische

  • 26

    wetgeving staat geregeld, heeft in de historie van de Islam een grote rol gespeeld en doet dat nog steeds bij het tot stand brengen van gemeenschapsinstellingen, zoals scholen en ziekenhuizen. Wel zien we meer en meer dat in de meeste Islamitische landen de rol van de Waqf wordt overgenomen door regeringen, maar traditioneel was de Waqf zoals de fondsen die worden gesticht en in stand gehouden door de private sector in de Verenigde Staten en in de West-Europese landen, zij het dat het karakter ervan altijd van religieuze aard was.

    De moslims worden in de Quran en de Sunnah gestimuleerd alles wat ze bezitten met anderen te delen; de profeet zegt: Hij die in een stad slaapt waar mensen honger lijden, is geen moslim. Door onze moderne communicatiemiddelen is de wereld van vandaag als de stad van vroeger. Het is daarom de plicht van iedere moslim te delen met, en te zorgen voor iedereen, want tegenwoordig zijn we ons bewust van het lijden van onze medemens.Het verstrekken van leningen (uiteraard zonder woekerrente) in de naam van Allah is een ander aspect van liefdadigheid, waar geen andere beperkingen of verplichtingen aan worden gesteld dan die welke overeenstemmen met het eigen geweten, en leiden tot innerlijke verheffing.

    Waar staan wij als soefis in het vraagstuk van liefdadigheid?Het staat soefis die de lijn van Hazrat Inayat Khan volgen geheel vrij wel of niet te behoren tot een bepaalde religie. Een belangrijk kenmerk van de Soefi Boodschap of liever gezegd een omschrijving daarvan luidt immers: de weg van geestelijke vrijheid. Ik citeer een uitspraak van Hazrat Inayat Khan uit de Beker van Saki (21 mei) die ogenschijnlijk niets zegt over liefdadigheid maar alles over geven en nemen en uit welke uitspraak we veel lering kunnen trekken: Het besef dat het gehele leven moet zijn geven en nemen is het besef van de geestelijke waarheid en een zaak van democratie; de hele wereld kan niet tot een hogere levensnorm komen voordat deze geest in het individu is gevormd.Het staat soefis vrij zelf invulling te geven aan de manier waarop zij aan liefdadigheid wensen te doen. Vrijheid is mooi maar is geen vrijblijvendheid. Het zou al te gemakkelijk zijn ons achter mooie woorden te verstoppen en er niet naar te handelen. Als we de schepping als n geheel zien moet het niet uitmaken welke nood we het eerst wensen te lenigen: de gehele schepping is er immers bij gebaat. Een andere kant aan de zaak is evenwel dat niet iedereen buiten soefiverband direct oog zal hebben voor de noden die sommige soefis of soefi-organisaties hebben. Het is reel en geboden daar in dit verband toch de aandacht op te vestigen. Immers het hemd is nader dan de rok. We kunnen ons ongetwijfeld verdienstelijk maken door bij te dragen aan ontelbare organisaties die zich het lot van de lijdende mens, de noden van het dier of het lot van de door roofbouw geteisterde aarde aantrekken en toch blind zijn voor de noden van onze broeder of zuster of onze buurman (ook een broeder/zuster natuurlijk).Een goed uitgangspunt heb ik altijd gevonden Charity begins at home; liefdadigheid begint thuis. Wat betekent dat voor ons soefis en wat kunnen we leren uit de hierboven geschetste benaderingen uit Jodendom, Christendom en Islam?Het betekent dat soefis in elk geval ook steun zouden moeten geven aan het

  • 27

    geestelijke huis van de Boodschap. Hoe kan dat het best gebeuren? Door je in te zetten voor het werk van de Boodschap op de plaats waar het leven je gesteld heeft. Ik herinner me dat ik jaren geleden ooit aan Gawery Vote vroeg: Hoe kan ik mezelf het beste dienstbaar maken voor de Soefi Boodschap? Het antwoord was even kort als krachtig: Steun het Centrum.Dat is niet alleen het werk als cherag of in de esoterische school. Dat is, voor veel leden van Soefi-Contact althans, ook letterlijk het werk aan of in het gebouw waarin de geestelijke activiteiten hun plaats hebben, het werk aan en voor de Burgwal 38-40 Haarlem. Charity begins at home! Ik kan mij voorstellen dat dit uitgangspunt dienovereenkomstig geldt voor soefis die tot een andere soefi-organisatie behoren voor wat betreft het centrum waartoe zij behoren. Er zijn veel stichtingen die als doelstelling hebben het ondersteunen van de Soefi Boodschap in welke vorm dan ook. Een aantal van die stichtingen heeft in het licht van het voorgaande kenmerken van een steunstichting, van een Waqf en biedt de mogelijkheid voor soefis en andere genteresseerde begunstigers bijdragen aan die stichtingen te geven die vervolgens door de stichtingen kunnen worden aangewend in het kader van haar doelstelling. De Zakah-gedachte en de wens verantwoord een bijdrage te geven aan mogelijk voor soefis belangrijke doelen zijn hier nauw met elkaar verweven. Anonimiteit van de gever en in sommige gevallen van degene die steun behoeft zou ik daarbij wel als een vereiste willen stellen.

    Het is hier niet de plaats om een of meer bepaalde stichtingen te propageren. Ieder kan zich in eigen kring en ook daarbuiten daarover wel laten voorlichten. Veel van die stichtingen zullen gerangschikt zijn bij de Belastingdienst als ANBI, dat is: algemeen nut beogende instelling. Het is goed dit eerst even te checken. Sinds 1 januari 2006 kunnen Nederlanders belastingvrij aan een Goed Doel nalaten. U kunt daarvoor door een notaris een testament laten opstellen, of u via www.schenkservice.nl aanmelden. De betreffende stichting kan als erfgenaam worden benoemd. Ook is het mogelijk bij testament een legaat van een bepaald bedrag aan de betreffende stichting te vermaken. Schenken bij leven kan uiteraard ook, gewoon door overmaking op rekening van de betreffende stichting of eventueel in de vorm van een lijfrente (ten minste 5 jaarlijkse termijnen) bij notarile akte.

    Tot slot: Tienden, Caritas, Zakah, Liefdadigheid, ach vrienden, het zit hem niet in het woord maar wat uit het hart komt en ons aanzet tot goede daden. Moge dit artikel een bijdrage leveren aan het inzicht dat het gehele leven geven en nemen moet zijn zoals door Hazrat Inayat Khan in de hierboven aangehaalde uitspraak zo mooi is verwoord.

    Gebruikte literatuur: Handbook for Todays Catholic; Elementen van Islam (Shayk Fadhlalla Haeri), The Heart of Islam, Enduring Values for Humanity (Seyyid Hossein Nasr).

  • Soefisme staat voor mij voor dienstbaarheidInterview met soefi en restauratieschilder Erika Msenbacher

    Zubin van den Besselaar en Amir Smits.

    Haar werk is het restaureren van eeuwenoude schilderijen. Dat vergt het uiterste aan concentratie en respect voor het oorspronkelijke kunstwerk. Elementen die Erika Msenba-cher ook aaanspreken in het soefisme. Dienstbaarheid die is gericht op de medemens en de natuur. Ze vertelt hoe ze in aanraking kwam met het soefisme en welke plaats deze grote familie in haar leven inneemt.

    Erika is in Salzburg geboren maar woont al sinds 1961 in Nederland waar ze, in Den Haag, samen met haar dochter een restauratieatelier heeft, Daar herstelt ze schilderijen weer in hun oude glorie. Ze heeft veel ge-werkt voor het Mauritshuis en het museum Bredius. Daarnaast werkt ze nog steeds voor het Groninger Museum en de collectie Six. Erika heeft ook meege-werkt aan de restauratie van de Oranjezaal op Huis ten Bosch en zat in de adviesgroep voor de restauratie van Panorama Mesdag in Den Haag. We zochten Erika voor dit interview op in haar mooie en smaakvol ingerichte huis in de Couperiaanse Indische buurt in Den Haag. Daar heeft ze op de eerste etage haar atelier.

    Hoe ben je tot de keuze van dit beroep gekomen?Erika: Aanvankelijk wilde ik aan het Mozarteum in Salzburg muziek studeren. Dat was vooral ook omdat ik van het gymnasium af wilde. Maar toen ik er op zat viel het toch tegen. Ik heb toen toch maar mijn gymnasium afgemaakt en ben toen, op advies van mijn lerares kunstgeschiedenis, de opleiding voor restaurator in Wenen gaan volgen. Mijn vader bracht al wel oude beschilderde boerenmeubelen mee naar huis en dan knapte ik het op. In de schoolvakanties werkte ik ook al wel bij een restaurator.

    Hoe ben je met het soefisme in aanraking gekomen?Erika: Toen de kinderen nog klein waren zaten ze op gymnastiek. Daar zaten ook de kinderen van Alim en Hakima Vosteen. Ik bracht mijn kinderen altijd met mijn Eend en zag Hakima vaak met de kinderen voorbij fietsen. Op een gegeven moment heb ik gezegd dat ze wel met mij mee konden rijden. Alim en Hakima hebben me veel over het soefisme verteld en me ook soefimuziek laten horen. Alim was echt helemaal gegrepen door deze muziek. Hij vertelde ook over Musharaff Khan, de toenmalige algemeen secretaris van de Soefi Beweging, en zijn vrouw Shahzadi Khan. Deze verhalen waren bijzonder inspirerend. Op een gegeven moment ben ik bij Shazadi Khan op bezoek geweest in de Banstraat. In de loop van de tijd is er een bijzondere vriendschap met haar ontstaan. Zij heeft mij ook als moeried inge-wijd. Wat me vooral in haar aantrok was, dat ze zo gewoon was en dat we samen heel gewone gezellige gesprekken over alledaagse dingen konden hebben. Achteraf denk ik dat vooral het onuitgesprokene in het contact met haar zo bijzonder was.

    28

  • 29

    Het ging er niet eens zozeer om waar de gesprekken nu precies over gingen, maar over de manier waarop er werd gesproken.

    Wat trok je zo aan in het soefisme?Erika: De vrijheid en verdraagzaamheid. Ik ben rooms-katholiek opgevoed, maar heb het soefisme direct als zo veel ruimer en inspirerender ervaren. Daarnaast trof ik er zon acceptatie van andere culturen aan; dat is voor mij heel belangrijk. En van de belangrijkste aspecten van het soefisme is voor mij vooral dat het je leert meer mens te zijn. Het invullen van het mens-zijn: tevreden zijn met je bestaan, le-ven vanuit een houding van tolerantie, openheid en acceptatie. Dat is de grondtoon van het leven voor mij. Het is ook iets heel natuurlijks.Ik ga wekelijks naar de Universele Eredienst. Niet zo zeer uit devotionele overwe-gingen, maar vooral omdat ik me er zo thuis voel. Je hebt er het gevoel onderdeel te zijn van een grote familie. Ik geniet van die ongedwongen sfeer. Als je een tijd niet bent geweest, wordt er niet bestraffend gezegd waar je zo lang bent geweest. In plaats daarvan geven mensen aan hoe fijn ze het vinden je weer te zien. Daar word ik blij van.Ik ben ook betrokken bij de Zirat. Daar heb ik hetzelfde gevoel van verbondenheid met al die mooie mensen om me heen. Bovendien heb ik veel affiniteit met de symboliek die daar wordt gebruikt: ploegen, eggen, zaaien. Het betreft natuurlijk activiteiten die stuk voor stuk verwijzen naar de ontwikkeling van je persoonlijk-heid. Je moet eerst de grond bewerken, alvorens je kunt gaan zaaien. Het is enorm belangrijk ook in jezelf eerst de grond te bewerken door afstand nemen van oude gewoonten. Pas als je dat hebt gedaan kunnen er nieuwe dingen gaan groeien en bloeien. Ik ben erg praktisch ingesteld en juist daarom werk ik in mijn leven heel graag met deze symboliek. Het is voor mij ook enorm belangrijk en dankbaar werk, om te zaaien naar de buitenwereld toe, me dienstbaar op te stellen naar de mensen om me heen.

    Heb je wat aan het soefisme in je werk?Erika: Mijn werk is heel dienstbaar, het staat in dienst van het kunstwerk. Ik ver-vaardig geen nieuwe kunst, maar probeer met respect voor het oorspronkelijke werk mijn restauratiewerk zo goed mogelijk te doen. Die dienstbaarheid tref ik ook aan in het soefisme, waar deze vooral is gericht op de medemens en op de natuur. Eigenlijk staat soefisme voor mij gelijk aan dienstbaarheid. Bovendien is in mijn werk concentratie en aandacht heel belangrijk. Dat leer ik in het soefisme maar ook in het zen-boeddhisme. In zekere zin zie ik mijn werk als n grote concentratie-oefening.

    Wat zie je voor een toekomst voor de Soefi Beweging?Erika: Ik heb daar eigenlijk niet zulke duidelijke ideen over. Maar mijn wens en hoop is, dat er meer jonge mensen komen die zich aangetrokken voelen tot het soefisme. De leiding heeft ook duidelijk verjonging nodig. Maar de Beweging zal nooit erg groot worden. De meeste mensen zoeken immers zekerheid en in het soefisme staat juist spirituele vrijheid centraal. Of het soefisme aantrekkelijk is voor jongeren? Dat zal aan de persoon liggen. Voor bepaalde personen zal de inhoud on-veranderlijk waardevol zijn. Toch kan het geen kwaad om de vorm waarin we onze activiteiten gieten wat vlotter te maken.Verder vind ik wel dat er meer bekendheid moet worden gegeven aan het feit dat er binnen de Soefi Beweging een innerlijke school is. Bij mij heeft het wel enige tijd geduurd voordat ik dat in de gaten had. En ik hoor dat ook van anderen.

  • 30

    Traditie en vernieuwing: het zal altijd een worsteling blijven! Het soefisme kan en moet mijns inziens ook bruggen slaan tussen de verschillende maatschappelijke groeperingen, maar moet zich daarbij uitdrukkelijk niet politiek opstellen.

    Hulp bij stervenswensAt de Roos

    Ieder mens die zichzelf van het leven berooft dient mijns inziens gerespecteerd te worden, wat ook maar de oorzaak is van de allergrootste ingreep in een mensenle-ven. Respect, want ook deze mens immers heeft net als wij allemaal die goddelijke vonk in zich. In zijn artikel Overwegingen bij zorgvuldige zelfdoding formuleert Jaap Dekker een aantal zorgvuldigheidseisen waaraan voldaan moet zijn voordat tot hulp bij zelfdoding kan worden overgegaan (zie Soefi-gedachte maart 2010). Hij is van mening dat hulp bij zelfdoding moet worden toegestaan ook als er geen sprake is van euthanasie. Weerstand hiertegen zou zijn gebaseerd op verstarde ideen. Ik maak bezwaar tegen deze kwalificatie. Anders dan bij euthanasie en ook anders dan bij zelfdoding in geval van psychiatri-sche aandoeningen gaat het om niet ernstig zieke mensen, ouderen die controle willen hebben over hun sterven en zelf hun leven willen beindigen. Er zijn met mij zeer velen van mening dat het zeker in die situatie niet aan de mens is zijn leven zelf te beindigen. Ik denk dat deze opvatting gerespecteerd dient te worden ook al houdt men er zelf een andere mening op na.

    Zelf voel ik mij thuis bij een citaat van Inayat Khan uit het boekje Gezondheid: God noch de ziel is blij met het verlangen naar de dood, want de dood behoort niet tot de ziel. Bij de ziel hoort het leven, ook als men de dood onder ogen moet zien. Shirin Cornelissens, oncologisch psychotherapeut die terminale patinten begeleid, schreef eerder hierover in de Soefi-gedachte van maart 2009: Vrijwel iedereen brengt op een gegeven moment de kwestie van euthanasie ter sprake() Toch heb ik in de vijf jaar dat ik dit werk doe en waarin ik zon 200 patinten begeleidde, nog nooit euthanasie bij n van mijn patinten meegemaakt. Deze ervaring is in lijn met het feit dat velen bij wie een poging tot zelfdoding niet lukt daarna blij zijn dat zij nog in leven zijn. Hieruit blijkt de kracht van het leven.Veel mensen betekenen in hun laatste levensfase nog veel voor anderen. Daarom is ook het eind van een mensenleven niet zinloos. Als iemand tot ons komt met een uitdrukkelijke stervenswens zonder dat er sprake is van een uitzichtloos lijden, staan we voor een groot dilemma. Zijn we behulpzaam bij de zelfdoding zoals Jaap Dekker voorstelt, of zoeken we naar begeleiding, houden we contact met de betrokkene en nemen haar of hem op in onze gebeden in de Healing Service (bijeenkomst voor gees-telijke genezing). Indien liefde, mededogen en consideratie voor onze medemens de leidraad is voor onze beslissing zal er denk ik in beide gevallen geen sprake zijn van een foute beslissing vanuit ons eigen perspectief. Maar wat voor die mens in nood uiteindelijk het beste is, is door ons als mens niet te bepalen. Wat ik wel weet is, dat als mij wordt gevraagd om behulpzaam te zijn bij zelfdoding ik daarop niet zal ingaan maar de weg zal kiezen van begeleiding, contact en gebed.

  • Hazrat Inayat Khan over zelfdodingAmeen Carp

    Voor Hazrat Inayat Khan was het leven een goddelijk gebeuren. God als schepper, of scheppende intelligentie, zendt zielen uit, die door diverse sferen heen reizen en na hun afscheid van de aardesfeer weer terugreizen naar de oerbron, het einddoel. In deze visie is zelfdoding een ernstige inbreuk op een goddelijk proces.Er zijn vele korte referenties naar zelfdoding in het rijke oeuvre van de Soefileraar te vinden, achttien in het totaal, maar hier wil ik mij beperken tot drie uitspraken, die zijn zienswijze illustreren.

    In een toespraak tot cherags op 9 augustus 1925 vinden we:Vraag: Waarom is het niet raadzaam jezelf te doden?Antwoord: Het is een zwakte. Sterk zijn betekent alles te aanvaarden wat op je weg komt, wat het ook is. Misschien dat er door pijn en lijden iets ontstaat wat je karakter ontwikkelt. Afgezien daarvan geeft het leven zoveel dat je leven waardevol maakt, als je het maar kunt zien en waarderen. Degeen die het leven niet op deze wijze ziet en maar n ding ziet en daardoor in dat ene ding blijft steken en dan zegt: alles is van geen nut; dat is een heel beperkte visie van het leven.

    In Volume 7, blz. 193 lezen wij in het hoofdstuk De wijsheid van de ziel: Onze wanhoop, onze depressies, ons verdriet, onze zorgen kunnen ontelbare oor-zaken hebben. Maar daarachter is er n oorzaak en die is, dat onze ziel ernaar ver-langt eens vrij te zijn en dat de dood ons dit misschien kan geven. Mensen plegen vaak zelfmoord in de hoop zodoende vrij te zijn. Soms denkt men dat als men los is van alle mensen, dit vrijheid schenkt. Maar men weet niet, dat wat men ook doet om uit een bepaalde situatie te komen, men nog niet vrij is, want het eigen zelf is nog gevangen. Los van alle situaties die ons de indruk geven gevangen te zijn: zelfs ons eigen zelf is een gevangene, wij zijn in ons eigen zelf gevangen.

    En tenslotte in Vol. 8, pag. 102 en 103:Er bestaat geen risico dat een mens die ernaar streeft om zelfloos te worden de prooi zal worden van de levensomstandigheden, want alle kracht en wijsheid ko-men uit volmaaktheid voor. De afwezigheid van volmaaktheid is de tragedie van het leven. De mens die zich aan zichzelf vastklampt is een belasting voor de aarde. De aarde kan gemakkelijk bergen dragen, maar de egostische mens vraagt meer. En wat gebeurt er dan tenslotte? Zelfs zijn eigen ziel kan deze mens niet verdragen. Daarom plegen velen zelfmoord. Zelfdoding is als het verbreken van twee dingen die met elkaar verbonden zijn. Het betekent het bewust verbreken van wat bedoeld is met elkaar verbonden te zijn. Het was de bedoeling van het leven om iets te be-reiken en door het verbreken van de twee delen, zijn deze verstoten van het voor-recht dat te bereiken wat het lot voor hen had voorzien. Maar de roep van het zelf werd zo zwaar voor de ziel, dat zij zich hiervan wenste te bevrijden. Jezus Christus refereerde hieraan toen hij zei: Gezegend zijn de armen van geest. Wat betekent dit? Het betekent het ego, dat uitgewist is.

    Ziehier drie citaten over zelfdoding, die alle drie een ander aspect ervan belichten en duidelijk illustreren waarom de Soefileraar meende dat zelfdoding ongewenst is.

    31

  • 23 Een psalm van Davied

    De EEUWIGE is mijn herder,het ontbreekt mij aan niets.

    Hij laat mij rusten in groene weidenen voert mij naar vredig water,

    hij geeft mij nieuwe krachten leidt mij langs veilige paden

    tot eer van zijn naam.

    Al gaat mijn wegdoor een donker dal,ik vrees geen gevaar,want u bent bij mij,uw stok en uw staf,zij geven mij moed.

    U nodigt mij aan tafelvoor het oog van de vijand,u zalft mijn hoofd met olie,

    mijn beker vloeit over.

    Geluk en genade volgen mijalle dagen van mijn leven,

    ik keer terug in het huis van de EEUWIGEtot in lengte van dagen

    De psalmen maken deel uit van de Joodse traditie. In de christelijke traditie staan psalmen in het Oude Testament, maar Joden spreken niet over Oud Testament, omdat ze geen Nieuw Testament kennen. Zij spreken over Tenach. De Tenach bestaat uit drie delen: T(hora), N(eviiem=Profeten) en Ch(etoeviem=Geschriften). De psalmen staan in dat laatste deel en heten daar Tehiliem, Lofliederen. Psalm 23 wordt voornamelijk bij begrafenissen gebruikt. Dat gebeurt dan in de oorspronkelijke taal, het Hebreeuws, al bestaat van de Tenach ook een Nederlandse vertaling, waaraan boven-staande versie van psalm 23 is ontleend.

    32

  • In memoriam Shakti Thissen

    Shakti Thissen is 30 januari van ons heengegaan, bijna 84 jaar, en tot kort voor haar dood energiek en vol leven: een dappere vrouw, spiritueel, betrokken op het leven en de mensen, toegewijd en volhardend moeried, naar buiten een stille soefi die licht over-bracht en belangstelling wekte voor het soefisme. Haar interessevelden waren groot en wijd reikend. Altijd bezig spiritualiteit in allerlei verschijningsvor-men te leren kennen, maar nooit afgeweken van haar soefi-pad.Zij en haar echtgenoot, Wakil Thissen, hebben samen het soefisme in Zuid-Limburg gentroduceerd, ver-breid en tot leven gebracht, vanaf 1989. Ze startten dit alles rond hun pensioengerechtigde leeftijd. Met grote inzet reisden ze keer op keer uit Geleen naar Maastricht. Ze hebben er de universele eredienst in-gevoerd, op een prachtige plek, een gotische kloos-

    terkapel (de z.g. Cellebroederskapel),Maandelijks waren er gathaklassen en open avonden. Jaarlijks 6 7 universele ere-diensten. Ameen Carp en ik hebben met groot genoegen een aantal jaren afwisse-lend deze avonden en soms de diensten helpen begeleiden. Het was een prachtige tijd. Na een drietal jaren zetten Shakti en Wakil deze activiteiten voort. Naderhand hielden zij ook open avonden in Geleen in een gehuurde ruimte en moeriedsbijeen-komsten op hun huisadres.Als cherag(a) waren Shakti en Wakil vooral actief in de zuidelijke centra en inciden-teel ook elders in het land. Een jaar of wat geleden is het werk hun geleidelijk teveel geworden. Het is hun een troost en vreugde dat het werk wordt voortgezet, al was de overgang niet zonder rimpels en verdriet.Shakti heeft toegewijd en intensief het innerlijk pad gevolgd, vol met vragen, ont-vankelijk voor antwoorden en inspiratie. lnayat Khan was voor haar een echte leids-man, in boek en in stilte. Haar geestelijke realisatie gaf haar de kracht het lijden van de laatste maanden te dragen en vrede en vreugde uit te stralen. Haar overgang was voor alle betrokkenen een spirituele ervaring.De uitvaartdienst was een echte soefi-dienst, in een voor de gelegenheid aangepas-te versie, in de kerk van haar parochie. 175 mensen namen deel, het was een waar-dige lichtgevende dienst, prachtig georganiseerd door Wakil, en hoog gewaardeerd door buren, vrienden, familie en soefis. lnhoud en vorm beide hebben bewondering gewekt. Voor velen de eerste kennismaking met de andere religies. Menigeen denkt er met dankbaarheid aan terug, een geschenk.Wali van Lohuizen.

    33

  • GebeurtenissenWAT GIJ NIET WILT DAT U GESCHIEDT ..

    Rama Lieftink

    Onderstaande is mijn bijdrage zoals die is uitgesproken tijdens de lichtceremonie van het Platform voor Religie en Levensbeschouwing van de provincie Groningen.1

    * Op 14 september 1943 opent Ria Kelder de deur van haar boerderij in het Gelderse Huis-sen. Voor haar staat een kleine Joodse jongen. Hoewel zij beseft dat ze haar eigen leven in de waagschaal zet aarzelt ze geen moment en neemt de jongen in haar huis en redt daarmee zijn leven.Dertien jaar later in 1956 valt het leger van de nog jonge staat Israel de Gaza strook binnen. En net voordat hij en zijn gezin dodelijk worden geraakt door een granaat van het Isrealische leger duwt een Palestijnse vader zijn kleine zoontje in een kuil en redt daarmee zijn leven.

    * Veertig jaar later vertelt het Joodse jongetje, dan man geworden, zijn levensverhaal tijdens een ontmoeting van Joodse en Palestijnse leiders in Jeruzalem. Hoe een katholieke boerin in dat kleine Holland zijn leven redde, maar hoe de meeste van zijn familieleden en vrienden omkwamen in de verschillende Duitse vernietigingskampen. Hoe zijn leven sindsdien in het teken staat van het trauma van de bizarre vernietiging van ruim 6 miljoen van zijn landgeno-ten.En als hij uitgesproken is staat de burgemeester van Ramallah op. Hij vertelt zijn levensver-haal: hoe zijn vader hem in een kuil duwde en daarna samen met zijn moeder en broertjes en zusjes omkwamen door een granaat van het Israelische leger en hoe sindsdien zijn