Top Banner
CONCEPT Toegang tot en begeleiding in de jeugdhulp KůŽƉƚ ĞĞŶ ŬŝŶĚ ĂĂŶ 14 mei 2014
18

Notitie Toegang en Begeleiding Jeugdhulp 2015

Jan 11, 2017

Download

Documents

trinhhuong
Welcome message from author
This document is posted to help you gain knowledge. Please leave a comment to let me know what you think about it! Share it to your friends and learn new things together.
Transcript
  • CONCEPT

    Toegang tot en begeleiding in de

    jeugdhulp

    K WW S ;;

    14 mei 2014

    http://www.hellendoorn.nl/

  • 2

    Inhoud Inleiding ................................................................................................................................................... 3

    1. Wat is ons vertrekpunt? .................................................................................................................. 4

    2. Toegang lokaal: uitgangspunten ..................................................................................................... 7

    3. Transformatie: pilots om te oefenen in 2013 en 2014 ................................................................. 12

    4. Genomen besluiten op regionaal niveau (Samen14) .................................................................... 13

    5. Vormen van jeugdhulp inclusief de nieuwe taken met ingang van 2015 ..................................... 16

  • 3

    Inleiding

    Alle kinderen groeien veilig en gezond op. Een wens die niet vanzelfsprekend in vervulling gaat. In

    onze gemeente maken 575 jongeren gebruik van een bepaalde vorm van jeugdhulp in 2014. Zij

    maken gebruik van allerlei voorzieningen, vanuit verschillende trajecten bekostigd. Zo wordt voor

    een groot deel (48,5%) van deze 575 jongeren de hulpverlening bekostigd vanuit de AWBZ. Het gaat

    dan bijvoorbeeld om jongeren op een cluster drie school (speciaal onderwijs) of op een

    zorgboerderij.

    Deze hulp blijft ook na 1 januari 2015 gegarandeerd, dat is wettelijk vastgelegd in de nieuwe

    Jeugdwet. De manier waarop dat gebeurt, is vastgelegd in het regionaal transitiearrangement (RTA)

    dat door Samen14 is opgesteld en in februari 2014 door alle gemeentes is vastgesteld.

    Na 1 januari 2015 kunnen nieuwe hulpvragen ontstaan. Hoe ziet dat er uit? Waar worden deze

    hulpvragen gesteld? Lokaal? Regionaal? Doen we het zelf of besteden we uit? Via inkoop of subsidie?

    Wie verwijst naar welke vorm van jeugdhulp? Hoe kunnen we de uitgangspunten bereiken die zijn

    WS SW VW SW WS HW W W HHWWS zetten op het versterken van eigen kracht? Hoe kunnen we ondersteuning integraal bieden (n gezin, n plan)? Veel vragen die

    in 2014 moeten worden beantwoord.

    Het is voor ons een uitdaging om de verschillende transities met elkaar te verbinden. Immers, voor

    jongeren die een vorm van jeugdhulp ontvangen, is de wet Passend Onderwijs van toepassing.

    Daarnaast bereiken ze op enig moment de leeftijd dat ze de arbeidsmarkt betreden. Zij vallen vanaf

    de leeftijd van 18 jaar onder de Participatiewet, de Wmo of een andere voorziening. Overigens: op

    de AWBZ taken die naar de gemeente komen, wordt een korting van 25% toegepast. Nog een

    uitdaging om verbinding te zoeken met reguliere voorzieningen!

    Deze notitie beschrijft het vertrekpunt, de uitgangspunten waarop de toegang zal worden ingericht,

    genomen besluiten op regionaal niveau en pilots die op dit moment in de gemeente Hellendoorn aan

    de orde zijn. Ook beschrijft deze notitie de naar ons toekomende Jeugdhulp-taken.

    De uitvoeringsorganisatie per 2015 wordt beschreW SW W IW uitvoeringsorganisatie Jeugdhulp W W

    In deze notitie vindt u het gebruik van zowel de term jeugdhulp als jeugdzorg; er wordt hetzelfde

    bedoeld. In de nieuwe Jeugdwet 2015 wordt de term WS WH W ; WSWaWWS ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en hun ouders bij het voorkomen, verminderen,

    stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen,

    psychosociale problemen of gedragsproblemen van de jeugdige, of opvoedingsproblemen, waaronder

    ondersteuning, hulp en zorg die verleend wordt in het kader van een kinderbeschermingsmaatregel of

    jeugdreclassering.

    I SW ; WSW W SW SW WW WS W WS ;; HWSW WH dit document.

  • 4

    1. Wat is ons vertrekpunt?

    Algemeen

    De gemeente Hellendoorn is een gemeente waar vele activiteiten met en voor de jeugd worden

    georganiseerd. Ouders en verzorgers hebben de primaire verantwoordelijkheid voor de opvoeding

    van hun kinderen, maar willen deze verantwoordelijkheid naarmate kinderen opgroeien en ouder

    worden delen met anderen. Basisvoorzieningen als peuterspeelzaalwerk, kinderopvang, primair en

    voortgezet onderwijs leveren grote bijdragen aan het opvoeden en opgroeien. Daarnaast is er de

    dienstverlening van de jeugdgezondheidszorg 0-19 jaar, activiteiten van buurt en wijkverenigingen,

    de bibliotheek, muziekschool, speel-o-theek en niet te vergeten de sportverenigingen die een

    positieve bijdrage toevoegen aan de groei naar de volwassenheid.

    CJG

    Het loket Welzijn, inkomen en zorg bestaat uit medewerkers die samen het eerste aanspreekpunt

    vormen voor inwoners van de gemeente Hellendoorn. Er is sprake van een gentegreerd loket, waar

    inwoners terecht kunnen, wanneer zij op welke manier dan ook een belemmering of een probleem

    ervaren om deel te nemen aan de maatschappij. Dit kan zijn omdat men door ziekte minder mobiel is

    geworden of omdat de woning niet meer voldoet. Maar ook voor vragen over ondersteuning bij de

    opvoeding, voor een gehandicaptenparkeerkaart, een bijstandsuitkering of voor financile hulp is

    men bij het loket Wiz aan het goede adres. Het CJG vormt een onderdeel van het loket Wiz.

    In de periode van 2008 tot en met 2011 is het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) tot stand gekomen.

    Het CJG is een ingang naar voorzieningen, zorg en begeleiding. Het inlooppunt en de website van het

    CJG Hellendoorn voldoen aan de behoeften en wensen van onze inwoners. Het inlooppunt wordt

    bemand door specifiek geschoolde medewerkers. De medewerkers kunnen alle binnenkomende

    vragen zelf afdoen. Om nog beter van dienst te kunnen zijn, zijn er trainingen Triple P op een hoger

    niveau gepland (niveau 3). De medewerkers in het inlooppunt kunnen daarmee meer intensieve

    ondersteuning bieden aan de ouders of jongeren met een vraag of probleem. Er wordt gewerkt met

    een CJG-registratiesysteem gekoppeld aan VIS21 AW S WWWWS WW W;

    doelgroepen en gezinssamenstellingen vragen binnenkomen, zodat we voldoende management- en

    beleidsinformatie genereren.

    De website CJG Hellendoorn wordt zeer goed bezocht. Cijfers over 2013 laten zien dat de website

    71.903 keer is bezocht door 65.141 unieke bezoekers. Die bezoekers komen overigens niet alleen uit

    de gemeente Hellendoorn, maar vanuit het hele land. De directe CJG contacten over 2013, zoals die

    door de Wiz loketmedewerkers zijn bijgehouden zijn er 31 (24 personen aan de balie, 3 telefonische

    contacten en 4 e-mails). Vanuit het inlooppunt (loket Wiz) zijn/worden er 2 frontofficemedewerkers

    opgeleid. In de backoffice zijn er zowel uit onze eigen organisatie als vanuit de andere kernpartners

    (Maatschappelijk Werk Noord West Twente, Bureau Jeugdzorg Overijssel, Jeugdgezondheidszorg van

    SW GGD TWW W WWW ; I DW WWW W MEE IJWWW IW; WWS

    Vanuit het inlooppunt kan worden doorverwezen naar deze backoffice. Dit heeft geleid tot

    spreekuren binnen de instellingen, uitvoering van taken vanuit het CJG (de Jeugdgezondheidszorg in

    het Mammacaf bijvoorbeeld), korte lijnen met de professionals van deze instellingen, en in

    projecten en met het oog op de transformatie Jeugdzorg, gezamenlijk werken aan

    doorontwikkelingen in preventie en aanpak van problematiek. Zowel op bestuurlijk, beleids- als

    uitvoerend niveau bestaat een goede relatie met de kernpartners. Een factor die de samenwerking

    nog extra bevordert, is fysieke nabijheid. Onze kernpartners zijn sinds 2012 allen gevestigd in of zeer

    nabij het Huis voor Cultuur en Bestuur.

    1 Vangnet Informatie en SamenwerkingsSysteem (programma voor registratie en afstemming in samenwerking t.a.v. problematiek door

    instellingen).

  • 5

    Zorgstructuur

    De zorgstructuur is daarmee krachtig en richt zich op de signalering van problematiek, de aanpak van

    problematiek, de samenwerking in de aanpak en de cordinatie van de samenwerking.

    De zorgstructuur is zich nog steeds aan het door ontwikkelen. Daarbij wordt zoveel mogelijk

    geanticipeerd op de decentralisaties. Van belang wordt geacht:

    De doorgaande lijn in casustiek overleggen in zwaarte varirend van signalering tot aanpak

    complexe problematiek, waardoor minder versnippering en meer daadkracht. Er wordt daarmee

    efficinter en effectiever rondom casustiek vergaderd. Minder structureel in mededelingensfeer,

    maar op afroep rondom een specifieke casus, met als doel een plan van aanpak opgesteld door

    en of met het gezin (o.a. project jeugdzorg Nieuwe Stijl).

    Er zijn meer verbindingen gemaakt met de indicerende zorgpartners, die voorheen op meer

    afstand van het preventieve domein stonden (drietal pilots, namelijk de Buitenschoolse Opvang +

    (koppeling met Trias Jeugdhulp en Kinderopvang), Professionalisering medewerkers en

    Systeemcoaching).

    Het vroeg signaleren van problematiek. Om signalen van problematiek snel te kunnen delen met

    relevante partners, zodat zo snel mogelijk tot een aanpak over kan worden gegaan, is

    WWWWS SWW WW;WW NW ;WW SW ;;; ; ;W multiproblematiek maar vooral ook in een eerder stadium.

    De zorgstructuur werkt in een keten van 0-delijns zorg naar 2e-lijnszorg, zie onderstaande figuur:

    Eigen kracht

    De pilot Eigen Kracht in het CJG Hellendoorn is eind 2012 geindigd. Geconcludeerd is dat Eigen

    Kracht zich richt op een visie en grondhouding van onze hulp- en dienstverleners waarbij de regie en

    zeggenschap bij de inwoners blijft. Wanneer gezinnen bejegend worden vanuit de grondhouding

    Eigen Kracht voelen ze zich zelf verantwoordelijk, bedenken hun eigen plan en de daaruit

    voortvloeiende vraag voor de hulpverleners. Ze zijn daardoor gemotiveerder het plan tot goede

    uitvoer te brengen. Uit de pilot blijkt dat het een cultuurverandering betreft binnen alle lagen van de

    organisaties. Professionals, leidinggevenden, bestuurders, beleidsmakers en overheden, alleen dan

    werken we effectief.

  • 6

    Omdat het een cultuuromslag betreft zal op diverse niveaus, te weten regionaal, lokaal en interne

    organisatie (gekoppeld aan de strategische visie Samenwerken aan een kloppend hart) genvesteerd

    moeten worden. Om deze cultuuromslag te bewerkstelligen heeft de provincie Overijssel een

    subsidie aan de veertien Twentse gemeenten in regionaal verband verleend. Gemeente Hellendoorn

    leidt dit project, dat het komende jaar met name bij de ontwikkelingen in de decentralisatie van de

    Jeugdzorg de regie en zeggenschap bij de inwoners voorop stelt.

    Om de komende jaren te investeren in preventie, krachtiger wordende inwoners en een andere wijze

    van benaderen van onze inwoners (grondhouding Eigen Kracht) is in de begroting voor de komende

    jaren een uitvoeringsbudget gerI WWW WW voor preventieve ;WIWWIW W ;W W W SWIW;;W W ;SWW samenwerkingspartners).

  • 7

    2. Toegang lokaal: uitgangspunten

    Huidige situatie

    Tot 1 januari 2015 zijn er twee instanties die toeleiden naar de jeugdhulp, dat zijn Bureau Jeugdzorg

    Overijssel en de reguliere huisartsenzorg. Ongeveer 70% van de jeugdhulp vindt plaats op verwijzing

    van de huisarts, voornamelijk naar de GGZ en naar voorzieningen voor jongeren met een licht

    verstandelijke beperking (LVB). Daarnaast voert Bureau Jeugdzorg Overijssel, vanuit de Wet op de

    Jeugdzorg, taken uit die vanaf januari 2015 een verantwoordelijkheid worden van de gemeente. Deze

    taken zijn:

    Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK)

    Kindertelefoon

    Jeugdbescherming (indicaties en casemanagement - onvrijwillig kader)

    Jeugdreclassering (indicaties en casemanagement onvrijwillig kader) Toegang (indicaties en casemanagement vrijwillig kader)

    In onderstaande figuur is een overzicht te zien van het aantal landelijk gevoerde gesprekken bij de

    KSWWWa

    Door het wegvallen van de indicatie valt in principe de hele Toegang van Bureau Jeugdzorg weg. Wat

    gemeenten moeten doen, is bedenken hoe mensen zonder een indicatiestelling toegeleid kunnen

    SW ;; W D W ; WIWSW W WHHW V W WW; S; W iets kan zijn wat te maken heeft met preventie (denk aan: lid worden van een voetbalclub, gebruik

    maken van de activiteiten van het jongerenwerk, een extra gesprek op school maar ook hulp bij het

    ;;;W ; WW W N; W ;aWW ; WW SI;WW W BW; JWS casemanagement uit. In het huidige stelsel is het contact met de ; ; W I;W;;WW vooral gericht op de inzet van (jeugd)zorg en daar blijft het bij. Inzet op andere terreinen (bv.

    preventie) is geen onderwerp voor het casemanagement. Wanneer er inzet vanuit het preventieve

    veld noodzakelijk is verwijst men terug naar het voorliggende veld. Dit houdt concreet in dat Bureau

    Jeugdzorg geen indicatie afgeeft maar aan de klant vertelt dat hij/zij zich moet melden bij

    bijvoorbeeld het maatschappelijk werk of het CJG. Dit wordt S; WSW W WS ;; SW ;; ordt afgesloten.

    Kortom, het Bureau Jeugdzorg, dat in de huidige situatie tot doel heeft een (Jeugd)zorg vraag te

    beoordelen en de juiste (jeugd)zorg (in de nieuwe wet Jeugdhulp)in te zetten, wordt opgeknipt en de

    taken moeten geheel of deels een WW W W DW ;IW BW; JWS SW

  • 8

    daadwerkelijke hulpverlening) ondergaat ook een transformatie. Zo maakt de nieuwe Jeugdwet een

    duidelijker onderscheid tussen Preventie2 en Jeugdhulp. In Twente wordt ervoor gekozen om

    Jeugdhulp regionaal te organiseren (Samen14).

    De Jeugdwet schrijft voor dat de gemeente er verantwoordelijk voor is dat er in het onvrijwillige

    kader voldoende jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders zijn. Vanuit verschillende onderzoeken is

    te herleiden hoe de formatie voor deze casemanagers in het onvrijwillige kader berekend kan

    worden. De Jb en Jr functionarissen zullen ook in het nieuwe stelsel zorgaanbod (o.a. Jeugdhulp)

    inzetten bij het uitvoeren van een maatregel. De kosten van zowel de inzet van de Jb en Jr

    functionaris als de inzet van de hulp worden betaald door de gemeente (woonplaatsbeginsel). Zoals

    in de aanleiding al is aangegeven valt de indicatiestelling weg en moet de gemeente de toeleiding

    opnieuw organiseren. Het huidige traject om te komen tot een indicatie, wordt binnen het Bureau

    Jeugdzorg door alle casemanagers op een vergelijkbare wijze ingericht.

    De stappen om tot een indicatie te komen zijn:

    Aanmelding (iemand meldt zich aan of wordt aangemeld door een verwijzer)

    - Screening (standaard formulier wordt ingevuld leefgebieden en vragen/problemen)

    - Evt. procesdiagnostiek ;S;;S SWWW S SW WW WS;SWSW DWW diagnostiek moet zorgen voor een beter beeld. Hier betreft het geen uitgebreid onderzoek

    maar onderzoek om tot een indicatie te kunnen komen.

    - Indicatiestelling het stempeltje van de gedragsdeskundige dat recht geeft op zorg (Jeugdhulp)

    Als de indicatie wordt afgegeven door Bureau Jeugdzorg, wordt de zorg ingezet vanuit een instelling

    die de daadwerkelijke hulpverlening inricht (vb. Trias Jeugdhulp). Vanuit casemanagement wordt de

    inzet van deze hulp op afstand door Bureau Jeugdzorg gevolgd. De casemanager komt alleen nog in

    beeld als de indicatie: beindigd wordt, gewijzigd moet worden of er nieuwe hulp moet worden

    ingezet. De inzet vanuit het casemanagement is dus minimaal. In het onvrijwillige kader is het

    casemanagement iets intensiever. Dit heeft ermee te maken dat de casemanager terug moet

    koppelen (evaluatie verlenging maatregel) aan de Rechtbank die de maatregel heeft opgelegd.

    De cijfers van het aantal kinderen in zorg leren ons dat er voor circa 500 kinderen casemanagement

    moet worden ingericht.

    Situatie per januari 2015

    Hoe zorg je dat jeugdigen die ondersteuning nodig hebben, dat ook zo snel mogelijk en zo dicht

    mogelijk bij huis krijgen? Iedereen heeft wel eens behoefte aan hulp of ondersteuning. Mensen

    lossen een deel van deze vragen op met hulpverleners en instanties dicht bij huis. Bijvoorbeeld met

    de huisarts, de leerkracht, het consultatiebureau, de thuisbegeleider, of de wijkagent. Of misschien

    wel met iemand uit de eigen omgeving, zoals familie, buren en vrienden. Of met een vrijwilliger in

    het wijkcentrum, bij de kerk of een sportvereniging.

    2 Met preventie wordt bedoeld: algemene voorzieningen, bijvoorbeeld sportverenigingen.

  • 9

    In de nabije toekomst, meer dan voorheen, wordt uitgegaan van het eigen netwerk van familie,

    vrienden en buren. Het benutten van de kracht van sociale verbanden. Scholen en huisartsen zullen

    belangrijke plekken zijn waar mensen om hulp vragen. Maar ook het maatschappelijk werk,

    jongerenwerk en de activiteiten in welzijnsvoorzieningen zijn algemene voorzieningen waar mensen

    terecht kunnen. Anno 2014 zijn algemene voorzieningen niet gericht op alle inwoners, in de

    toekomst moeten deze voorzieningen veel meer rekening houden met meer doelgroepen

    (transformatie).

    Soms is er voor het beantwoorden van de vraag, of het oplossen van een probleem aanvullende

    ondersteuning nodig. Mensen komen daarvoor rechtstreeks naar de gemeente. Of

    worden doorverwezen door het eigen netwerk of hulpverlener. Ook in de toekomst moeten

    inwoners van de gemeente Hellendoorn duidelijk hebben waar ze terecht kunnen voor een antwoord

    ;; a W ;; om een uitkering, hulp bij het huishouden of een vraag over jeugdhulp. Voor op de lange termijn wordt daarom toegewerkt naar het realiseren van sociale teams.

    Het sociale team van de toekomst bestaat hoogstwaarschijnlijk uit de huidige WWB consulenten en

    Wmo adviseurs, aangevuld met consulenten Jeugdhulp (deels voorheen medewerkers van bureau

    Jeugdzorg) en medewerkers van andere CJG partners. In de pilot Experiment Jeugdzorg Nieuwe stijl3

    wordt ter proeve daarvan gewerkt met een uitvoeringsteam CJG dat bestaat uit verschillende

    backoffice medewerkers van het CJG waaronder een Wmo adviseur, een maatschappelijk werker,

    een MEE consulent, een ambulant begeleider van Trias etc. Uit de pilot zal moeten blijken welke

    deskundigheid de diverse medewerkers meebrengen. Ook zal duidelijk moeten worden welke taken

    gekoppeld worden aan een lokale welzijnsorganisatie, een zorgorganisatie of het sociaal team.

    Integrale toegang verbinden van zorgstructuren Een ander uitgangspunt is per clintsysteem n integraal hulpaanbod realiseren (1 gezin, 1 plan).

    Het gaat daarbij om alle vragen die het gemeentelijke sociale domein raken, van huishoudelijke hulp

    en begeleiding tot (jeugd)zorg en werk en inkomen.

    Binnen onze zorgstructuur organiseren we de eerste toegang breed en dichtbij inwoners via

    hulpverleners (leerkrachten, huisartsen, ouderenadviseurs, jongerenwerkers, wijkagenten,

    woonconsulenten e.a.) en medeburgers (familie, vrienden, buren). Die kunnen de vragen

    beantwoorden dan wel de weg wijzen naar de plek waar de vraag kan worden beantwoord.

    3 Deze pilot is een samenvoeging van de projecten Toegang met regie en zeggenschap bij de clint en Nazorg waarvoor subsidie vanuit de

    Provincie Overijssel is ontvangen.

  • 10

    Binnen de huidige zorgstructuur wordt vaak gesproken over vindplaatsen. Dit zijn de plekken waar

    het dagelijks leven van jeugdige inwoners plaatsvindt: op school, in de buurt, op de kinderopvang

    etc. Professionals en inwoners uit de buurt zijn hier veelal aanwezig en bekend. Ze zijn makkelijk

    toegankelijk en laagdrempelig. Van belang is dat zij vroegtijdig kunnen signaleren, ondersteunend

    kunnen handelen en/of kunnen doorverwijzen naar het gemeentelijke loket of naar een (andere)

    algemene voorziening. We gaan er vanuit dat de burger zelf bepaalt waar hij zijn vraag neerlegt.

    Veel vragen zullen direct beantwoord kunnen worden. Daarbij kan worden opgemerkt dat het

    merendeel van de vragen van inwoners (indicatief: WWS ; D;; moet zo snel mogelijk en zo dicht mogelijk bij huis ondersteuning geregeld te worden, via het eigen netwerk

    dan wel via een algemene of maatwerkvoorziening.

    Met het oog op de daadwerkelijke overgang van de extra taken naar de gemeente, zal het huidige

    loket Wiz (inclusief CJG) worden uitgebreid met de taken jeugdhulp en begeleiding.

    In de pilot Experiment Jeugdzorg Nieuwe Stijl wordt onderzocht welke rol het CJG inlooppunt in het

    geheel kan spelen en hoe de zorgstructuur van het VIA team4 SW H SW )AT5 W SW OT6 op

    de scholen kan worden aangesloten op het CJG uitvoeringsteam als voorloper op het latere sociale

    team.

    Passend onderwijs

    De gemeente is niet de enige die nieuwe taken krijgt. De scholen krijgen vanaf 1 augustus 2014 te

    maken met een nieuw stelsel voor passend onderwijs.

    Een goede samenwerking tussen gemeenten en het onderwijs wordt daarom alleen maar

    belangrijker en leidt tot een meer preventieve en integrale aanpak van hulp dichtbij de leefomgeving.

    Op termijn leidt dit tot betere, efficintere en zelfs goedkopere zorg. De opgave van gemeenten en

    scholen is zoveel mogelijk kinderen zo goed mogelijk te begeleiden zodat ze later zo veel mogelijk

    zelfstandig kunnen participeren in de samenleving. Ten gevolge van de wet Passend onderwijs

    hebben scholen de zorgplicht om een passende onderwijsplaats te bieden aan kinderen. Om die

    verantwoordelijkheid te kunnen nemen zijn scholen geclusterd in grotere samenwerkingsverbanden.

    De scholen in de gemeente Hellendoorn behoren tot Samenwerkingsverband Noord-West Twente

    Primair onderwijs of Voortgezet onderwijs (23-01)7. Zoals in het ondersteuningsplan passend

    onderwijs van Samenwerkingsverband Noord-West Twente primair onderwijs staat (paragraaf 5.9) is

    passend onderwijs voor alle leerlingen alleen mogelijk door een effectieve inzet van en

    samenwerking met gemeenten en ketenpartners in zorg en welzijn. Afstemming gebeurt met de zes

    gemeenten in het voedingsgebied van het samenwerkingsverbanden Noord-West Twente (23-01). In

    een regionaal Op overeenstemming gericht overleg (regionaal OOGO) ontmoeten bestuurders van

    gemeenten en Samenwerkingsverbanden om de transities te bespreken. Belangrijk agendapunt is de

    afstemming van de zorgstructuur.

    De zorgstructuur van het onderwijs en de gemeente zal complementair aan elkaar moeten zijn. Het

    scharnierpunt binnen die zorgstructuur is het multidisciplinaire team in en om de school (

    4 In de Kruidenwijk waar de pilot draait is in het kader van gebiedsgericht werken een VIA team actief. Dit team richt zich op het oplossen

    van eenvoudige individuele problematiek bij de bewoners voor zover het geen multi-problem is (van multi-problem is sprake als de

    problematiek op drie of meer leefgebieden speelt). Oplossingen worden samen met de hulpvrager en diens directe omgeving gezocht. Het

    VIA-team bestaat uit een maatschappelijk werker, woonconsulent, wijkverpleegkundige, wijkagent en De Welle. 5 Zorg advies teams (werkzaam tot 1 augustus 2014)

    6 School ondersteunings teams (werkzaam vanaf 1 augustus 2014)

    7 Tot het voedingsgebied van Samenwerkingsverband 23-01 behoren de gemeenten Almelo Hellendoorn, Rijssen-Holten, Tubbergen,

    Twenterand en Wierden.

  • 11

    SchoolondWWW; OT P; SW W );SWW; )AT VWW onderwijs).

    Leerlingen die bij het SOT of ZAT worden aangemeld hebben problemen op n of meer van de

    leefwerelden onderwijs, gezin of vrije tijd. Het gaat om complexe hulpvragen en problemen op het

    gebied van gedrag en ontwikkeling. Te denken valt aan stoornissen in de psychosociale ontwikkeling

    van de leerling of problemen in de gezinssituatie, maar ook hardnekkig verzuim. Binnen school zijn

    vaak al meerdere acties ondernomen, maar de resultaten daarvan laten te wensen over en er is

    behoefte aan een meer gespecialiseerde benadering.

    Door onderling overleg kan multidisciplinair de signalen en vragen snel en vakkundig door de juiste

    professionals worden beoordeeld. Na bespreking en afstemming wordt zo snel mogelijk de juiste

    hulp of ondersteuning voor de jongere bepaald. De voorkeur van de gemeente is eigenlijk dat een

    zorgadviesteam een zorgbehandelingsteam wordt, vanuit de gedachte om direct te kunnen

    handelen.

    In de pilot Experiment Jeugdzorg Nieuwe Stijl wordt onderzocht welke rol het CJG inlooppunt in het

    geheel kan spelen en hoe de zorgstructuur van het VIA team in de buurt en het zorgteams van de

    school.

    Er is dus een duidelijke koppeling tussen onderwijs en de jongeren die nu een AWBZ hulptraject

    hebben. Zij moeten via het onderwijs meedoen in de samenleving.

  • 12

    3. Transformatie: pilots om te oefenen in 2013 en 2014

    Deze pilots worden uitgevoerd in het kader van de toeleiding. Doel is om de toeleiders van nu meer

    W;aWWS W ;W SWW CWWHW INT a;IWW ;SW DW W;;W is gereed in december 2014. Tussentijdse bevindingen worden vanzelfsprekend meegenomen.

    Dit heeft alles te maken met de transformatiedoelen voor de stelselwijziging: vereenvoudiging van

    het sterk versnipperde jeugdstelsel. Er moet een omslag komen naar meer preventie, uitgaan van

    eigen verantwoordelijkheid en eigen mogelijkheden. Demedicaliseren, ontzorgen en normaliseren

    door o.a. Het opvoedkundig klimaat te versterken. Eerder de juiste hulp op maat bieden, integrale

    hulp aan gezinnen (n gezin, n plan, n regisseur). En er moet meer ruimte komen voor

    professionals om de juiste hulp te bieden door vermindering van regeldruk (betrekken van sociale

    netwerken en samenwerken met vrijwilligers en familieleden).

    In 2013 en 2014 oefenen we in een aantal pilots waarvan we de leermomenten meenemen bij de

    uitwerking van het vervolg. In een aantal pilots wordt gewerkt volgens de wijze van Jeugdzorg

    nieuwe stijl. Dat zijn:

    De rol van de huisarts als centrale figuur. We verkennen de mogelijkheid om de huisarts een centrale

    rol te geven binnen het CJG. Voor signalering en advisering en als poortwachter voor toeleiding naar

    andere professionals.

    Versterking nazorg en vervroegd beindigen indicaties. We werken aan een warme overgang van

    intensieve zorg naar een zorg arme (thuis)situatie. Coaching door professionals moet terugval

    voorkomen en vroeger beindigen van jeugdhulpindicaties mogelijk maken.

    Toegang met regie en zeggenschap bij de clint. Niet het professionele aanbod, maar de eigen kracht

    en de eigen regie van clinten centraal stellen. Dat willen we bereiken door een team van

    generalisten in te richten binnen het CJG. De professionals uit deze pool worden ingezet om het

    gedachtegoed van n maatwerkplan, n budget en n aanspreekpunt gestalte te geven.

    CORV. Deze pilot heeft een relatie met het gedwongen kader en de besluitlijst van instellingen die

    een melding kunnen doen bij de Raad voor de Kinderbescherming. In het nieuwe jeugdstelsel per 1

    januari 2015 krijgen gemeenten en justitie verschillende verantwoordelijkheden bij de uitvoering van

    de jeugdbescherming en jeugdreclassering, maar met n gezamenlijke opgave: het tegengaan van

    recidive en het bevorderen van een veilige omgeving voor jeugdigen om te kunnen opgroeien.

    Efficinte en effectieve informatie uitwisseling tussen betrokken partijen is essentieel. De Collectieve

    Opdracht Routeer Voorziening (CORV) regelt hierin het (formele) berichtenverkeer. Samenwerking

    vereist eenduidige afspraken over de informatie-uitwisseling. De CORV is een digitaal knooppunt dat

    zorgt voor de elektronische afhandeling van het formele berichtenverkeer tussen justitie-partijen

    (Raad voor de Kinderbescherming, politie, OM, rechtbanken) en het gemeentelijke domein

    (gemeenten, AMHK, gecertificeerde instellingen). De aansluiting op en het gebruik van de CORV is

    verplicht gesteld in de Jeugdwet. Wij zijn pilotgemeente waarbij de digitale informatie wordt

    uitgewisseld tussen justitie en het gemeentelijk domein, voor wat betreft de uitwisseling van

    informatie over jeugdbescherming en jeugdreclassering.

  • 13

    4. Genomen besluiten op regionaal niveau (Samen14)

    In Twente werken de 14 gemeenten nauw samen bij de voorbereidingen op de decentralisatie van de

    jeugdhulp (Samen14). Niet alleen omdat dit bij een aantal jeugdhulpvormen verplicht is, maar vooral

    omdat de samenwerking op een aantal onderdelen voor de hand ligt. Hiervoor WWSW SW VW; T;a;W JWS WWS SW S SW ;;S ;WWS D;;; SW W van de regionale jeugdhulptaken vastgesteld (governance) en is een nieuwe organisatie voor de Zorg

    en Jeugdhulp Twente opgericht (OZJT) onder de vlag van de regio Twente.

    Wat gaat het OZJT doen?

    De toeleiding naar jeugdhulpvoorzieningen is en blijft een lokale aangelegenheid. Wij zoeken naar

    passende contextgerichte oplossingen (n gezin-n plan-n regisseur). De toegangspoort tot

    jeugdhulp is een vooral een lokale aangelegenheid. Wanneer we (dreigen) vast te lopen of een

    second opinion nodig hebben m.b.t. bepaalde problematiek dan kunnen (= niet moeten) we gebruik

    maken van de deskundigen die we samen in het OZJT hebben ondergebracht.

    Het OZJT is eigenlijk voor de gemeenten een faciliterende organisatie: zorgt voor

    raamovereenkomsten met zorgaanbieders (lokaal bepalen we welke inzet bij welke organisatie we

    willen), zorgt voor subsidiering van de AMHK-organisatie, idem voor een Crisisdienst, het OZJT

    beschikt over een consultatieteam (dat moet nog samengesteld worden), subsidieert namens de

    gemeenten de werving en selectie van pleeggezinnen, organiseert een reflectiekamer (voor

    beleidsevaluatie en een monitorfunctie (signalering van ontwikkelingen en trends en kennisdeling).

    Jeugdbescherming (Jb) en Jeugdreclassering (Jr)

    Toeleiding naar jeugdhulp vindt ook plaats op grond van rechterlijke vonnissen. Dan hebben we het

    over Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. De inzet van jeugdhulparrangementen vindt dan plaats

    in samenwerking met JB- en JR- medewerkers (over de wijze waarop moeten nog nadere afspraken

    worden gemaakt met de Gecertificeerde instellingen - de VERVE-methodiek biedt hiervoor goede

    aanknopingspunten). In het provinciale project VERVE stelt Jeugdzorg de veiligheid van kinderen

    voorop, zonder daarbij de verantwoordelijkheid van de ouders over te nemen, maar juist door

    gebruik te maken van hun eigen netwerk. VERVE bouwt voort op het gedachtegoed dat de afgelopen

    jaren in de Overijsselse jeugdzorg is ontwikkeld, waarbij het werken met Eigen Kracht Conferenties

    n van de belangrijkste pijlers is. Verbondenheid met het Eigen Kracht gedachtegoed en een aantal

    benaderingen en methodieken die de professionals ter beschikking staan, met name Signs of Safety

    en de Deltamethode gezinsvoogdij (Provincie Overijssel, 2013).

    Uiteindelijk gaat het hier ook om zoveel mogelijk te komen tot normale omgangsvormen en

    oplossingen die zo natuurlijk mogelijk zijn.

    Deze trajecten worden ingekocht door OZJT op kosten van de gemeente en de afstemming vindt

    waar nodig plaats met de gemeente. Het kan ook zo zijn dat 24 uur opvang elders wordt gerealiseerd

    op kosten van de gemeente.

    In 2014 wil de gemeente Hellendoorn de medewerkers die uitvoering geven aan maatregelen in het

    gedwongen kader (Jeugdbescherming Jb, en Jeugdreclassering - Jr) voor kinderen en jeugdigen uit de gemeente, intensief laten samenwerken met de consulenten Werk, Zorg, Logopedie en Leerplicht.

    Verwacht wordt dat zij in 2014 vanuit het huidige Bureau Jeugdzorg op locatie intensief

    samenwerken met het team Werk, Zorg (en Jeugd). Zij zullen de uitvoeringstaken in samenhang met

    de andere consulenten uitvoeren in intersectorale uitvoeringsteams.

    Uitgaande van het aantal Jb maatregelen (33) en Jr maatregelen (6) betekent dit o.a. dat er voor de

    gemeente Hellendoorn 2,2 fte (1 op 15) Jeugdbescherming, 0,35 fte Jeugdreclassering (1 op 17), 0,24

    fte gedragsdeskundige en 0,23 fte praktijkleider in 2014 zal worden gevraagd van Bureau Jeugdzorg

    SW A; WSW ;SW JWS

  • 14

    Inzet van Bureau Jeugdzorg in pilots

    In de huidige pilots: Arts als centrale figuur, Toegang met regie en zeggenschap bij de clint en

    Nazorg vervroegde eindiging indicatiestelling Jeugdzorg SW W ; SW TW;aIW ; Bureau Jeugdzorg voor 2014 noodzakelijk. Ook is de huidige inzet van Bureau Jeugdzorg in de

    zorgstructuren iets dat, in 2014, zou moeten doorlopen. Hierbij moet o.a. gedacht worden aan de

    Zorg Advies Teams (ZAT) in het onderwijs.

    Inzet medewerkers Bureau Jeugdzorg vanuit de Toegang

    Vanuit de regionale samenwerking is het uitgangspunt gekozen om de functionarissen in de Toegang

    binnen gemeentes in te blijven zetten in 2014. Voor de gemeente Hellendoorn komt dit neer op een

    totaal van 2,64 fte (Toegang). Omdat er voor de toeleiding en terug verwijzing (naar preventieve

    veld) specifieke deskundigheid nodig is op het gebied van Jeugd(zorg) is het van belang dat de

    mensen die deze taak, op dit moment, voor Hellendoornse inwoners uitvoeren dit in 2014 ook doen.

    In 2015 gaan wij uit van Jeugdhulpconsulenten, vakkundig opgeleid, die samen met de jeugdigen en

    de sociale omgeving gaan kijken wat de beste oplossing is. De jeugdhulpconsulenten kijken dan

    zowel naar de mogelijkheden die het gezin en de omgeving zelf heeft (eigen kracht en eigen

    verantwoordelijkheid), als mogelijkheden die er zijn in het kader van preventie (o.a. sport, welzijn,

    onderwijs, leerplicht) als mogelijkheden in het kader van jeugdhulptrajecten (o.a. ambulante

    begeleiding). Deze werkwijze lijkt sterk op de kanteling van het Wmo-proces. In de bijlage is dit

    proces beschreven.

    In de uitvoeringspraktijk van de Wmo in Hellendoorn wordt sinds september 2013 volgens het

    principe van de kanteling gewerkt. Ook de WWB consulenten hebben al een training gevolgd om

    gekanteld te kunnen werken. Wmo adviseurs en loketmedewerkers voeren een meldgesprek met de

    inwoner. Daarbij wordt niet op voorhand uitgegaan van een aanvraag om een voorziening of

    verstrekking. Samen wordt gezocht naar alternatieve oplossingen in de eigen omgeving of anders

    met inzet van mantelzorgers, vrijwilligers of algemene zorg- of welzijnsdiensten. Ouder en kind

    krijgen daarbij zoveel mogelijk zelf de regie en zeggenschap over de oplossingen en het opstellen van

    een ondersteuningsplan. Indien uiteindelijk blijkt dat een voorziening of verstrekking nodig is, is de

    consulent tegelijkertijd ook de indicatiesteller en degene die de inzet van de zorg regelt.

    In 2015 zullen wij deze werkzaamheden verder vorm geven en geleidelijk aan inbouwen in het sociaal

    team. Voor de functiebeschrijvingen van de Jeugdhulpconsultenten zullen wij aansluiten bij de

    bestaande functiebeschrijvingen van de WMO en WWB consulenten. Natuurlijk zullen we wel

    specifieke eisen stellen aan de deskundigheid en aansluiten bij de Wet professionalisering Jeugdzorg.

    Voor de berekening van de caseload geldt dat de werkwijze per 1-1-2015 echt anders is dan

    voorheen. De werkwijze is intensiever omdat de consulent in gesprek moet gaan met de jongere

    en/of het gezin. Welke caseload precies verantwoord is, moet in 2014 en 2015 duidelijk worden.

    De doelstelling is om een jeugdhulpconsulent alleen in te zetten indien voorliggende voorzieningen

    zoals onderwijs of welzijn er niet uitkomen. Bovendien kunnen jongeren of ouders zichzelf melden.

    Verder willen wij met bijvoorbeeld huisartsen en zorgadviesteams afspraken maken in welke

    situaties deze zelf middelen in kunnen zetten, zonder tussenkomst van een consulent van de

    gemeente.

    Vanwege de regiefunctie van de gemeente zal, zodra een traject ingezet wordt in het kader van

    jeugdhulp, de verplichting worden opgelegd dat de clint en het inhoudelijke traject worden

    geregistreerd. Conform de uit te werken regelingen op rijksniveau gelden hierbij privacy bepalingen

    en verplichte koppelingen van bestanden. De uitwerking hiervan zal het komend half jaar

    plaatsvinden.

  • 15

    Inzet gedragsdeskundige en praktijkleider vanuit de gemeente

    De verwachting is dat gedragsdeskundige taken en de taken vanuit de huidige Praktijkleidersfunctie

    van Bureau Jeugdzorg overgenomen zullen moeten worden voor een adequate uitvoering van de

    nieuwe taken, of deze zal extern ingehuurd moeten worden. De gedragsdeskundige ondersteunt in

    eerste instantie de jeugdhulpconsulent, maar ook het maatschappelijk middenveld, zoals De Welle,

    kan een beroep op deze consulenten doen.

    De keuzes die de jeugdhulpconsulenten of die het preventieve veld maakt, benvloeden het totale

    gebruik van jeugdhulp. Kortom een deel van SW WWW ;; al bepaald worden door het preventieve veld. (Wat willen we dat De Welle doet, wat willen we dat het Maatschappelijk werk

    doet e.d.) Er moeten mogelijkheden komen om bijvoorbeeld het Jongerenwerk of de voetbalclub

    extra in te zetten voor de doelgroep (= transformatie van het aanbod). Ook in het onderwijs zijn

    gedragsdeskundigen te vinden, de vraag is of daar gebruik van kan worden gemaakt.

    Om te kunnen sturen op de kosten n om de beleidsinformatie als input te gebruiken voor de

    SI;a;W W eventieve veld, is het dus van belang dat als er een beslissing voor extra inzet wordt gemaakt, de jeugdhulpconsulent wordt ingeschakeld, SWW HWW zijn in dienst van de gemeente Hellendoorn. Hiermee kan een vergelijk gemaakt worden met de inzet van de Wmo-

    consulenten die binnen het Team Werk en Zorg verantwoordelijk zijn voor de inzet van

    voorzieningen.

    Plaatsen van de huidige Bureau Jeugdzorg medewerkers

    Alle jeugdhulpconsulenten worden, vergelijkbaar met de Wmo en Wwb consulenten aangesteld in

    gemeentelijke dienst.

    Dat betekent dat we er vanuit gaan dat 2,64 fte binnen de gemeente Hellendoorn een nieuwe plek

    kan krijgen, in het kader van toeleiding en casemanagement. Overigens kan de nieuwe werkwijze

    leiden tot een hogere formatie dan de 2,64 fte, omdat meer ingezet wordt op preventie en

    gesprekken, maar hier komen wij bij de definitieve invulling op terug.

    Voor de inrichting van de toeleiding zullen verschillende pilots worden ingericht. Omdat het aantal

    klanten (jeugd) toegevoegd wordt aan het huidige klantenbestand zal een deel van de huidige

    formatie van Bureau Jeugdzorg nodig zijn.

  • 16

    5. Vormen van jeugdhulp inclusief de nieuwe taken met ingang van 2015

    De verschillende vormen van jeugdhulp staan hieronder beschreven, inclusief de toegang tot die

    vorm van jeugdhulp. Er moet nog veel worden geregeld, bedacht en beantwoord, deze open vragen

    worden hieronder ook toegelicht.

    Jeugdhulpvormen in het gedwongen kader

    Voor deze vormen van jeugdhulp geldt dat de toegang wordt bepaald door de kinderrechter. Voor

    deze vormen van jeugdhulp geldt ook dat gemeenten verplicht moeten samenwerken. Het gaat om:

    Jeugdzorgplus; dit is een vorm van hulpverlening met drang en dwang, voor jongeren voor wie een

    machtiging gesloten jeugdzorg is afgegeven door de kinderrechter. Het gaat om jongeren met

    ernstige, hardnekkige gedragsproblemen die zich aan de noodzakelijke behandeling dreigen te

    onttrekken. De jongere wordt geplaatst in een JeugdzorgPlus-instelling. Toegang: om plaatsing in een

    instelling mogelijk te maken, geeft Bureau Jeugdzorg op dit moment een indicatie die wordt

    voorgelegd aan de kinderrechter. De rechter geeft daarop een machtiging af voor de duur van de

    indicatie. Vanaf 2015 is nog steeds een uitspraak van de rechter noodzakelijk. De toeleiding naar de

    kinderrechter (indicatiestelling) vindt vanaf 2015 plaats door middel van uitbesteding aan

    (samenwerkende) aanbieders, die vaak nu ook voor deze taken verantwoordelijk zijn. Samen14

    maakt hiervoor een uitwerking.

    Jeugdbescherming; dit is een gedwongen maatregel die de kinderrechter kan opleggen in

    gezinssituaties waarin ernstige opvoedingsproblemen voorkomen en/of de ontwikkeling van de

    jongere in het geding is. DW WW S SW WI WWS OT EW WS HWWWS het gezin, het gezag blijft in principe bij de ouders. De rechter kan ook besluiten tot een OTS met

    gedwongen uithuisplaatsing, na een advies van de Raad voor de Kinderbescherming. Toegang: op dit

    moment verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming de rechter om een OTS uit te spreken. Als de

    rechter besluit tot een OTS geeft hij een instelling die de jeugdbeschermingsmaatregelen uitvoert,

    opdracht om de OTS uit te voeren. Vanaf 2015 is nog steeds een uitspraak van de kinderrechter

    noodzakelijk. De toeleiding naar de kinderrechter vindt vanaf 2015 plaats via inkoop bij

    gecertificeerde instellingen. Samen14 maakt hiervoor een uitwerking.

    Jeugdreclassering8; jongeren vanaf 12 jaar kunnen wegens strafbaar gedrag voor de kinderrechter

    moeten verschijnen. Deze kan dan een straf opleggen. De rechter kan ook besluiten dat de jongere

    begeleiding nodig heeft van een jeugdreclasseringswerker. Hiermee moet worden voorkomen dat de

    jongere opnieuw in de fout gaat. Toegang: de toegang tot de jeugdreclassering loopt op dit moment

    via een ZSM-tafel (Zo Snel, Slim, Selectief, Simpel, Samen en Samenlevingsgericht Mogelijk). Bij een

    ZSM-tafel werken organisaties als het OM, politie, Raad voor de kinderbescherming, rechter,

    reclassering en ook Slachtofferhulp Nederland samen, waarbij het proces van beoordelen, straffen

    en uitvoeren is gentegreerd. Ook vanaf 2015 wordt gewerkt met ZSM-tafels. De toeleiding vindt

    vanaf 2015 plaats via inkoop bij gecertificeerde instellingen. Samen14 maakt hiervoor een

    uitwerking.

    Jeugdzorgvormen in het vrijwillig kader

    Deze vormen van jeugdzorg kunnen lokaal, bovenlokaal, regionaal of bovenregionaal worden

    georganiseerd. Het gaat om de volgende vormen van jeugdhulp:

    - Ambulante zorg; dit is zorg die vooral verleend wordt op afgesproken tijden. Jongeren en

    opvoeders bezoeken de hulpverlening vanuit de eigen woon- en werkomgeving of de

    hulpverlener bezoekt de clint in de eigen leefomgeving. Toegang: deze ambulante

    ondersteuning kent een grote diversiteit in zorgvormen, gendiceerd door Bureau Jeugdzorg,

    CIZ en/of rechtstreekse verwijzing door de huisarts. De ondersteuning wordt geboden door

    8 NB: 30% van alle jeugdreclasseringszaken komt voort uit leerplichtzaken!

  • 17

    genstitutionaliseerde professionals, maar ook door vrijgevestigde beroepsbeoefenaren. Met

    ingang van 2015 wordt de toegang bepaald door medewerkers die in de gemeentelijke

    organisatie binnen team Werk en Zorg worden ingezet.

    - Residentile jeugdhulp; dit gaat om (boven) regionale behandeling en/of specifieke

    begeleiding. Dit is een taak die wordt uitbesteed aan (samenwerkende) aanbieders, die vaak

    ook nu voor deze taken verantwoordelijk zijn. Samen14 maakt hiervoor een uitwerking.

    - Pleegzorg;

    o Pleegzorg is voor jongeren die vanwege een opvoed- en opgroeiprobleem tijdelijk

    niet bij hun eigen ouders kunnen wonen. Pleegzorg is meestal vrijwillig, maar kan

    ook gedwongen zijn op last van de kinderrechter. Toegang: in het vrijwillig kader is

    op dit moment een indicatie van Bureau Jeugdzorg nodig voor pleegzorg. Vanaf 2015

    wordt het geven van een indicatie lokaal georganiseerd.

    o Pleegouders moeten worden geworven en geselecteerd. Op dit moment beslist

    Bureau Jeugdzorg of aan potentile pleegouders een pleegkind wordt toegewezen.

    Na het afgeven van een indicatie pleegzorg gaat een pleegzorgaanbieder op zoek

    naar geschikte pleegouders. Het pleeggezin krijgt begeleiding van de instelling die

    het kind bij de pleegouders heeft geplaatst. Toegang: vanaf 2015 worden

    pleeggezinnen geworven door uitbesteding aan (samenwerkende) aanbieders, die

    vaak nu ook voor deze taken verantwoordelijk zijn. Samen14 maakt hiervoor een

    uitwerking.

    - AMHK; het Advies en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) adviseert iedereen die zich

    zorgen maakt over een kind en denkt aan kindermishandeling. Ook onderzoekt zij

    (vermoedelijke) situaties van kindermishandeling en brengt zo nodig de juiste hulp op gang.

    Een gezin kan worden overgedragen aan de Raad voor de Kinderbescherming. Het AMK is op

    dit moment ondergebracht bij Bureau Jeugdzorg en wordt vanaf 2015 samengevoegd met

    WW HW GWWS HG WW WIHWWS ASW W MWS HW Geweld en Kindermishande AMHK De fase van het verder inrichten en het oprichten van het AMHK in Twente is nu aangebroken.

    o Meldpunt en adviesfunctie:

    o Onderzoeksfunctie:

    Toegang: het AMHK is een taak die gezamenlijk wordt uitgevoerd. In april 2014 heeft

    Samen14 besloten een projectopdracht te verlenen voor de vorming van een AMHK in

    Twente. Samen14 maakt hiervoor een uitwerking.

    - Crisisdienst; in een crisissituatie moet direct worden ingegrepen. Een crisisinterventie houdt

    in dat er binnen vier uur een eerst huisbezoek is om tot een beoordeling te komen over wat

    op dat moment nodig is. Op dit moment beschikt Bureau Jeugdzorg over een crisisdienst.

    Ook diverse aanbieders hebben een eigen crisisdienst. Het meldpunt is provinciaal

    georganiseerd. Toegang: met ingang van 2015 is een crisisdienst verplicht. Het meldpunt

    wordt regionaal georganiseerd. Crisisinterventies vinden zoveel mogelijk plaats in de lokale

    context, vanuit een regionale uitvalsbasis. De opvolging van crisismeldingen, de in te zetten

    spoedhulp, wordt uitbesteed aan (samenwerkende) aanbieders, die vaak nu ook voor deze

    taak verantwoordelijk zijn. Samen14T maakt hiervoor een uitwerking.

    Overige gezamenlijke taken

    De 14 gemeenten hebben daarnaast besloten om een aantal taken, dat gerelateerd is aan de

    jeugdhulp gezamenlijk uit te voeren. Het gaat dan om:

    - De feitelijke taken van het reflectiepunt; dit wordt uitbesteed aan onafhankelijke experts.

    OZJT maakt hiervoor een uitwerking.

    - Het inhoudelijk faciliteren van het reflectiepunt voor het verzamelen en bundelen en delen

    van informatie, zoals verwijspatronen. Het OZJT maakt hiervoor een uitwerking.

    - Het inrichten van een advies- en consultatiefunctie. Dit is bedoeld voor ondersteuning van de

    lokale toegang; hierin kan specialistische kennis worden gecentraliseerd zodat deze kennis

  • 18

    op afroep beschikbaar is voor alle gemeenten en niet in elke gemeente afzonderlijk moet

    worden toegevoegd. Het OZJT maakt hiervoor een uitwerking.

    - Alle gezamenlijke backofficetaken zoals inkoop/contracteren van regionale

    jeugdhulpvormen. Het OZJT maakt hiervoor een uitwerking.

    Inleiding1. Wat is ons vertrekpunt?2. Toegang lokaal: uitgangspunten3. Transformatie: pilots om te oefenen in 2013 en 20144. Genomen besluiten op regionaal niveau (Samen14)5. Vormen van jeugdhulp inclusief de nieuwe taken met ingang van 2015